Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
52
twintig ippels; Wat maken u een arme veertien stuiters? Het kost',
me een dikke dertig gulden eu soortgelijke heeft het telwoord de;
beteekenis van een zelfstandig naamwoord: acht beteekent hierr
zooveel als achttal, enz.
Een man of wat, een uur of drie, een gulden vijf, zes, enz. be-
teekent: Wat of eenige mannen, om of bij de drie uren, nagenoeg <
drie uren, vijf a zes gulden, enz.
Verbuiging van het zelfstandig naamw. zonder lidwoord.
Enkelvoud.
Mannelijk.
1. God.
2. Gods of Godes.
3. God of Gode.
4. God.
Vrouwelijk.
1. Zuster.
2. Zusters.
3. Zuster.
4. Zuster.
EsKELVOtiD.
Onzijdig.
1. Gebed.
2. Gebeds.
3. Gebede of gebed.
4. Gebed.
1. 3. 4. Willem, Jacobus, Marnix, Louise, Maria, Cato.
2. Willems, Jacobus', Marnix', Louises, Maria's, Cato's. ,
30. Eindigt de tweede naamval in 't mann, geslacht op s, dan
heet hij den sterken; eindigt hij op en, dan heet hij den zwakken
tweeden naamval 1). Een zwakken tweeden naamval hebben de
mannelijke woorden vorst, prins, hertog, graaf, paus, heer, pro-
feet, mensch, knaap, nar, bod^, getuige, bediende, wijze, brave,
vrowe, rijke, naaste, overste, gevangene fM.. Van de onzijdige wordt .
alleen harte, dat vroeger vrouwelijk was, zwak verbogen. De
groote dichter L da. Costa schreef ergens: het zweet mijns aange-
zichten voor: mijns aangezichts. Eene enkele maal vindt men:
eener vrouwen man.
Heer, graaf, profeet, knaap, nar, bode en hertog hebben ook
den sterken tweeden naamval. Er is onderscheid tusschen: hel
huis des Heers en het huis des Heeren. Mijnheer, als titel gebruikt,
heeft in den 2en naamval Mijnheers: Is dit Mijnheers hoed. Mevrouw ?
1) Zie hiervoor de verbniging van man en woord, graaf en vrouvi
ia het Middelnederlandsch.