Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
38
Men zegt de graafschap, wanneer men spreekt van het vroegere
graafschap Zutfen.'
9°. De woorden met het achtervoegsel stl, als: maak-
sel, schepsel, zaagsel, deksel, schijnsel, baksel, voedsel, over-
blijfsel, beletsel, omkleedsel, verglaassel, belegsel enz.
Stijfsel is v. In sommige streken luidt het stijsel.
Leidsel is ontstaan uit leidzeel, o.
10». De verzamelwoorden, welke met voorgevoegd ge
op te eindigen, ah: gesternte, gebeente, gebhemte, geboefte,
gedarmte, geraamte, gevogelte enz.
11°. De zelfstandige, naamwoorden , die door middel van een
onscheidbaar voorvoegsel van den stam eens werkwoords gevormd
zijn, als: gebed, gedraaf, geloop, beleg, behoud, bereik, onthaal,
ontzet, ontslag, verhqpr, verzoek, verdrag enz.
12". De zelfst. naamw., die door samenstelling van den stam
eens werkwoords met de onscheidbare bijwoorden mis, onder of over
gevormd zijn, als: misbruik, onderwijs, overleg enz.
13», De bijvoegelijkenaamw., voornaamw., bijw., voor-
letsels, voegw. en tusschenwerpsels, wanneer ze als zelfst.
naamw.,gebruikt worden: Het gevoel voor het ware, het
goede en het schoone enz.
Ik wil, ik zal, ik moet:
Dat ik verneemt men ieder oogenblik,
In het Heden
ligt 't Voorleden;
In het Nu,
Wat worden zal, W. Bildeedijk.
Maar weet geens menschen klein verstand.
Wat morgen hem is weggelegd —
Eén is er, die den tijd omspant;
Hij schuift den netel weg, en zegt:
/Ik heb het morgen in wijn hand"
C. W. vas der Pot.