Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
(van/?oA), trommel (van trom), sprankel en sprenkel (van
sprank), stippel [ymstip), wiase/(van het verouderde maas
vlek, teeken).
17". De woorden, welke op iek en age eindigen, als: repu-
bliek, muziek, kroniek, fabriek, pakkage, lekkage, bagage, Ai)'-
vage enz.
Onzijdig zijn: koliek, fenegriek (bokshoren: zekere plant),
bosschage, dierage en personage.
18". De woorden, welke op eene toonlooze e eindigen,
of vroeger daarop eindigden, als: vrees, baat, reis, rust,
smart, hoop, hulp, eer, zorg, maat, taal, spraak, hei/,
haag, braak, keus, teug, schaal, mand, schuur, niette l) enz.
Ure ia vrouwelijk, »<(r is onzijdig. Het eerste komt vooral voor
in deftigen stijl: Van dien dag en die ure weet niemand.
19». De woorden, welke op schap eindigen, ingeval
ze eene gesteldheid, of eene verzameling van personen of
zaken te kennen geven, als: blijdschap, vriendschap, beter-
schap, gramschap, dronkenschap, eigenschap, ridderschap,
priesterschap, manschap (bemanning), nalatenschap, koop-
manschap, komenschap enz.
Onz. zijn gezetuckap, genootschap, gereedschap.
Manschappen, dat alleen iu het meerv. gebruikt wordt, vooral
in de bet. vau krijgslieden, als: de manschappen van de wacht,
is v. Ook is manschap v. in de bet. van trouw: Hij deed zijn
leenheer hulde en manschap.
üie, welke eene verzameling van personen te kennen geven, "zijn
onzijdig, wanneer zij de betrekking of den staat vau die personen
aanduiden. Zoo verschillen de ridderschap en ridder.'obap, r/e
1) Mette, het enkelvoud van metten , komt hoogst zelden voor (Zie n". 19>
Zoodra het nur det mette sloeg
En 't waslicht op de kronen scheen ,
Was in de kerk, des ochtends vroeg,
Het gansch konvent getrouw bijeen.
H. Tollens. Het Klooster te RljHshur u