Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
digen, als: aak, bark, boot, buis, jol, pink, schuit, schouw,
tjalk, brik, galjoot, driemast, jonk, prauw, hengst, kof, kog,
smak, sloep enz.
Onzijdig zijn: fregat, galjoen jacht.
5». De eigennamen der schepen: Bij den tocht naar
Chatham veroverde men o. a. (22 Juni 1667) de Royal
Charles. Willem IJsbrandsz. Bontekoe deed zijne ramp-
spoedige reis met de Nieuw-Hoorn in 1619. De kapitein-
luitenant Eeg ontdekte (14 Juli 182b) met de Pollux het
Nederlandsch Eiland.
6». De namen der noten en intervallen in de muziek:
Eene groote terts, Eene kleine sext, Eene fa-kruis.
7". De namen der granen, peul-en boomvruchten, als:
tarwe, weit, spelt, emer (tweekorrelige tarwe"), rogge, gerst,
evene (zandhaver), oot (wilde haxer), gierst, rijst; boon, erwt,
keker (eene soort van grauwe erwt), linze, wikke, klaver;
noot, peer, kwee, pruim, vijg, amandel, dadel, kers, kriek,
morel, perzik, abrikoos, olijf, mispel, druif, rozijn of razijn,
krent, kalvijn, renet, rabauw, kastanje enz.
Ei/cel of a/mr en appd zijn m., gelijk ook de appelnamen op
ling en«de boomvruohtnamsn op oen. Zie n°. 21, 11° eu 23°.
8". Plantnamen, welke op ik eindigen, als: bolderik
of bolderd, dolik, dravik, draverik, ganzerik, hederik, herik
of herk, wederik, murik of muur.
Mierik is m., als verkorting van mierikwortel.
9». De vreemde namen van muziekinstrumenten, als:
gitaar, bazuin, viool, vedel oi veel, klarinet, harmonica, cim-
baal of cimbel, rinkelbel, rinkelbom, hobo, piano.
Triangel is m., zoowel als het verouderde moezel (doedelzak);
orgel, bekken, klavier, serpent en spinet (zeker snaarspeeltuig) zijn o.
10°. De woorden, welke op heid of teit eindigen, als: