Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
22. Tot het vrouwelijk geslacht behooren:
P. De namen van vrouwelijke personen en van denk-
beeldige vrouwelijke wezens, als: Sopfm, vrouw, koningin,
zondares, naaister, barones, abdis, godin, godes, zangster,
zangeres, engelin, dievegge, kijvegge, kamenier, staaldame,
baker enz.
Eene godin is eigenlijk de vrouw van een god, en ecaegodes,
eene vrouw met den rang van een god, eene vrouwelijke godheid,
üezg onderscheiding wordt niet streng in acht genomen. Men
schrijft zoowel de negen zanggodinnen als de negen zanggodessen,
Eene zangeres is eene vrouw, die de zangkunst verstaat eu
beoefent: Be zangers en zangeressen der opera,
Jenny Likd, de Zweedsche Nachtegaal, is eene beroemde zangeres.
Eene zangster is eene vrouw, die de dichtkunst verstaat en
beoefent. Ook beteekent zangUer den persoon of het gevoel, dat
iemand tot dichten aanspoort, en 't is dan hetzelfde als
zangheldin f zanggodin. Muze,
In Tollens' Laatste Gedichten draagt een daarvan Aan mijne
Zangsier en een ander Mijne Muze ten opschrift. In zijn mees-
terstuk Nom-Zemhla zingt hij:
Zet, Zangster! zet dien tocht op de aangeslagen snaren;
Volg Neerlands wimpel na langs de ongemeten baren;
Bezing het waagstuk, maal den uitslag, roer en streel,
En vair u 't loon der kunst, een enkle traan, ten deel.
De namen vsn vrouwelijke dieren, wanneer het
mannetje een bijzonderen naam draagt, als: ooi, koe, merrie,
kip of hen, geit, hinde, zeug, eeml, leef, voedster, kuiter,
kat, duif, gans, leeuwin, beer in, wolvin, kameelin oïkemelin.
(Zie nO. 21, 2".).
3®. De letters van het abc en de cijfers: Dat is zoo
rond als eene 0; Hij zette eene Arabische drie en eene Romein-
sche vijf.
4". De namen van vaartuigen, welke niet op er ein-