Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
dier), putter, eiber (ooievaar, oodebaar, eidebaar), karper,
hummer (eene groote zeekreeft), do^g^er (kabeljauw) 1),uy/-
wouter (uiltje, witje), sater (zekere dagvlinder),ot^er,erer
(wild zwijn), bever, marter, scholver, scholverd oi schollevaar
(waterraaf), adelaar, koddenaar (kneu), lepelaar, buizerd
(muizenvalk), kropperd (kropduif), luiaard, luipaard enz.
Vrouwelijk zijn: adder, nater (aspisslang), oester, lijsier, kneuter
(kneu), ekster en kalander (korenworm).
20». De diernamen op el, als: ec/(ei (bloedzuiger), gro?j-
del, krekel, hommel, sabel, kwakkel, kwartel of wachtel,
pimpel (pimpelmees), egel, kreukel[aliktrnk), kameelpardel,
buffel, poedel, rekel, hamel enz.
Vrouwelijk zijn: mossel, horzel en merel of meerle.
Tortel is gemeenskclitig.
21°. De éénlettergrepige zelfstandige naamw., die eene
handeling of toestand beteekenen, die zich uitwendig ver-
toont, als: sprong, slaap, drank, schijn, stand, rit, gang,
klank, stoot, lach, houw, slag, loop, zang; droom, kus,
schroom, spot enz.
22». De namen van vaartuigen, welke op er eindigen,
als: tweedekker, driedekker, driemaster, kaper, kotter, schoo-
ner of schoener, boeier, brander, bijlander of damlooper;
lichter, logger, uitlegger, ever, hoeker, eiker, oostindievaar-
der, groenlandsvaarder, guineesvaarder enz.
23». De namen van vruchten, welke op oen eindigen,
als: citroen, limoen, meloen, pompoen enz.
2i». Denamen der roofvogels, als: valk, havik, sper-
wer, wouw of kiekendief, buizerd, arend, secretaris, gier,
kondor, uil.
1) Aan dit woord heeft de Doggersbaak haar naam te danken.