Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
23
me.t iels maken beteek ent tonnig omslag mei iets maken. Niet zel-
den hoort men in deze uitdrukkingen, verkeerdelijk, wetten voor
het minder bekende mei ten.
20. De zelfstandige naamwoorden hebben drieërlei ge-
slacht. Ze kunnen van het mannelijk, of van hti vrouwe-
lijk, of van het onzijdig geslacht zijn.
21. Tot het mannelijk geslacht behooren:
1®. De namen van mannelijke personen, en die van
denkbeeldige mannelijke wezens; als: Willem, man, staats-
man, koning, smid, leeraar; afgod, engel, duivel enz.
Leeraar heeft twee beteekenissen. De gewone is die van onder-
wijzer: iemand, die anderen leert, onderwijst; de tweede komt
voor in het spreekwoordelijke: Leeraars zijn geenkunstenaars, A.i.
leerlingen, aanvangers, beginners hebben 't nog niet ver in 'de
knnst gebracht.
2". De namen van mannelijke dieren, wanneer het
wijfje een bijzonderen naam draagt, als: weer ai ram, slier,
hengst, haan, bok, reebok, beer, waard, woord oi woerd i},
rekel, rammelaar, hommer of hommerd (mannetjesvisch),
miller2), kaler, do/fer, gent oi ganzerik, leeuw of liebaard,
beer, wolf, kameel of kemel.
3°. De namen,van boomen, als: heuk, eik, berk, olm,
mirt, hulst, hazelaar, rozelaar, egelantier (wilde rozelaar],
laurier.
Vrouwelijk zijn: spar, linde, tamarisk en tamarinde.
4'. De namen der maanden en jaargetijden: Maart
roert zijn slaart; April doet wat hij wil.
April heeft ook zijn wintervlagen
En geeft nog wel een willen hoed.
J. de Decker.
1) In sommige streken wertet,
2) In sommige streken melker (mannetjesvisch).