Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
21
kalfy kind, kleedy heen, hoen, spaan, rund, volk, ei en loof, 1)
17. Er is onderscheid tusschen: drie mud erwten en drie mud-
den erwten 2); acht pond koffie en acht ponden koffie; honderd gul-
den en honderd guldens; tien el lint en tien ellen lint; twee der-
de en twee derden; vijf achtste en vijf achtsten,
18. Vroeger bestond er tusschen het enkel- en meervoud van
sommige woorden weinig of in 't geheel geen onderscheid 3). Zoo
zegt men dan nu nog slaag krijgen^om stage {n) krijgen, uw
zoo: onder de toet werpen; op de been brengen; hij de werk zijn;
— drie jaar oud of drie jaren oud; zes uur ver of zes uren ver;
drie duim lang of drie duimen lang-, vier maand oud of vier maan-
den oud', acht fond zwaar of aclä ponden zwaar \ zes gulden waard
of zes guldens waard', zooveel aam wijn', hoeveel pond tabak, enz.
Gaat noch een grondgetal, noch een der woorden zooveel en
hoeveel vooraf, dan mag' het teeken des meervouds niet ontbreken.
Daarom is de volgende versregel niet onberispelijk:
Mijn roeden groeiden aan tot morgen.
Er is onderscheid tusschen twee paar wandelaars eu twee paren
ibandelaars enz.
19. Sommige woorden worden alleen in het meerv.
gebruikt. Daartoe behooren onder anderen: ouders, voor-
ouders, gebroeders, gezusters, zeden, kosten, onkosten, Pyre-
neën, Alpen, hersenen, verzenen (hielen), lieden, zemelen,
metten enz.
1) Iu de spreektaal hoort men venters, liniers, dingers, steenders
het meervoud van vent, lint, ding, steen^ tn jongers als het.meerv. van
jongen. Jongeren bet. ook leerlingen, als: de jongeren van Jezus.
2) Eene samenstellende eenheid is die, welke dient om met andere
eenheden eene verzamelde eenheid te vormen. Zoo is drie mud erwten, als
die op een hoop liggen, eene verzamelde eenheid, en zijn ze afgemeten
in drie zakken, elk van een mud, dan zijn de mudden samenstellende
eenheden. Er is dus onderscïteid in vorm, niet in hoeveelheid, tusschen
drie mud erwten en drie mudden erwten, evenals tusschen bonderd gul-
den, onverschillig in welke munt, en honderd guldens, dat is honderd
muntstukken, elk van een gulden ^ enz.
3) Zie de verbuiging van man en woord in het Middelnederlandsch,
bij n®. 28.