Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
k, 't Meervoud van hek, haak, tok (spinrokken), kinnehak is
hekken, haken, rokken, kinnehakken; van hekken, haken,, rokken,
kinnebakken: hekkens, hakens, rokkens, kinnebakkens; van klont:
klonten; van klonten klonters; van gebaar (o): gebaren; van ge-
baarde (v): gebaarden,
L Handvol heeft in 't meerv. handvollen. Sommigen schrijven
handenvol, anderen handen-vol. Is't een samengesteld woord, dan
schrijve men handvollen in 't meerv.; zoo niet, dan handen vol.
Hetzelfde geldt omtrent armvol en mondvol,
m. Het onzijdige vingerbreedy^^AX geen meervoud, evenmin als
handbreed, duimbreed, haarbreed, stroobreed en dergelijke samen-
stellingen, die gewoonlijk, in oneigenlijken zin gebezigd worden,
en waarin aan hreed de beteekenis van breedte gehecht wordt 1).
1) Van der Palm schrijft in zijne vertaling van den 39en psalm,
het 6e vers: Zie, een handbreed hebt Gij mijne dagen gesteld, In De
Oude Boer aan zijn Zoon schrijft Tollens:
Wees braaf, mijn zoon, in lief en leed.
Wees eerlijk tot aan 't graf.
En wijk geen enkle vingerbreed
Van Gods geboden, af.
Hier is vingerbreed y ongetwijfeld door de gedachte aan vingerbreedte,
v. gebruikt. Gewoonlijk komt het woord, evenals de gelijksoortige samen-
stellingen met breed t zóó voor, dat het geslacht niet duidelijk blijkt. Zoo
schrijft W. H. Warnsinck in zijne vertaling van hetzelfde Hoogduitsche
stukje van Hölty:
Blijf trouw en braaf in lief ei leed.
Mijn zoon, tot aan uw graf!
Wijk nimmer, zelfs geen vingerbreed.
Van Gods geboden af.
In 't volgende vers treffen wij haarbreed aan:
't Ergloos knaapje lacht hem tegen.
Daar hij aanlegt met de schicht;
Slechts een haarbreed. God van zegen,
Of hij moordt het lieve wicht.
W. Bilderduk. Willem Teil.
Duimbreed vinden we in Tollens' De En^huizer Schepen:
Het pakkend ijs beklimt den steven,
En wil geen duimbreed doortocht geven.