Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
17
Dien beurtelings neer doen komen
Op 't grnau; elk kloek, elk even rad
Omhoog, omlaag, den slag hervat:
Zoo moet de koornzee stroomen.
C. Loois. Oogstlied van Sint Jacob,
Zie n°. 84.'
14. Het getal wijst aan, of er slechts aan één voorwerp,
dan of er aan meer voorwerpen van dezelfde soort gedacht
wordt. Er zijn dus twee getalvormen: het enkel- en het
meervoud.
Het meervoud wordt gevormd door de uitgangen n, c?!,
s, ers of eren; als: hoogte, hoogten; stoel, stoelen; perzik,
perziken; peen, penen; mombakkes, mombakkesen; dreumes,
dreumesen; lemmet, lemmeten; eega, eegaas; tafel, tafels;
hoen, hoenders of hoenderen; — sofa, sofa's; hobo, hobo's-,
cadeau, cadeau's.
15. Sommige zelfst. naamw. vormen hun meervoud onregelmatig.
a. Lid, gelid, schip en smid hebben in het meervoud leden,
gelederen, schepen en smeden.
Spit heeft in het meerv. spitten en speten,
Beteekent rif lietzelfde als reef, dan is het meervoud reten;
beteekent het klip of geraamte, dan is het meervoud rifen.
Smid heeft in het meerv. in dc spreektaal ook smids.
Jjedematen zijn de leden van het lichaam.
Lidmaten of ledematen zijn de medeleden van een kerkgenootschap.
b. Steden, het meerv. van stede, is ook het meerv. Van stad.
c. De woorden, die op ieid, vroeger hede, eindigen, hebben in
het meervoud heden: grootheid, grootheden enz.
d. Sieraad en kleinoodhtVotu in 't meerv. sieradiëu, kleinoodiën,
en sieraden, kleinooden.
e. Rede en lende hebben in 't meerv. redenen en lendenen of lenden.
Rollende (een opgerold stuk rundvleesch, lendegebraad) heeft in
't meerv. alleen rollenden.
f. Floo en koe hebben in ,'t meerv. vla,
-----