Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
16
5°. Wauneer men het zelfst. naamw., dat de zaak noemt of
het voorwerp, dat door de handeling van het onderwerp ontstaat,
als bepaling bij het werkwoord voegt; als: Eij valt zich (3e n.)
eene breuk (4e n.)/ Eij latU zich (3e n.) een (4e n.), enz.
In den vierden naamval staan de woorden, die eene raWewaaf,
een tijdstip of tijdruimte aanduiden: Het pad is een voet breed;
Lekker is een vinger lang; Het heeft één dag geduurd; Hij kwam
den twaalfden Maart.
In den vierden naamval staan ook die woorden, die een ge-
wicht, eene waarde of een prijs te kennen geven, als: Het weegt
eeti korrel; Het is een korrel zwaar; Het is een gulden waard; Het
kost een rijksdaalder; Het geldt een schelling; Het beloopt een stui-
ver; Het bedraagt een haloen gulden; Het geldt een cent de ons.
Nog komt deze zoogenaamde bijwoordelijke naamval voor in
uitdrukkingen als de volgende: Hij viel op mij aan, dend^genin
de hand; d, i,: den degen in de hand hebbende of met den degen
in de hand.
Hier zit natuur in rouw, den doodstooi om de leden.
Tolless. Nova Zembla.
Zij zweren Floeis' zoon, als leidsman, hunner waard.
Den duren eed van trouw, de hand op kruis en zwaard.
Zij stijgen op de sport, den stormhoed om de slapen.
Het pantser asn het lijf, op zijde boog en wapen.
En op deu rug, gelijk de schildpad, elk zijn schild.
Tollens. De tocht naar Damiate,
De vierde naamval staat in plaats van den eersten naamv. in
volzinnen als de volgende, welke de kracht hebben van de gebie-
dende wijs: Den moed niet opgegeten ! Den arbeid aangevangen /
Het oog op God geslagen!
' ,K.omt," roept hij, »makkers, komt! den vijand aangevallen.
Verdreven of vernield, bestreden met ons allen!"
Tollens. Nova Zembla.
Nu, nu met de armen, forsch gespierd.
Den vlegel boven 't hoofd gezwierd,