Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
11
12. De samengestelde zelfst. naamw. zijn eigenlijk oi
oneigenlijk samengesteld.
Tot de eigenlijk samengestelde behooren onder anderen:
buurman, droomgezicht, koebeest, rundvee, veldheer, huisdeur,
landheer, landman, landlied, landhuis; — dageraad, pere-
boom, nachtegaal, bruidegom, hagedoorn, hageroos enz.
Tot de eigenlijk samengestelde behooren onder anderen:
mansgewaad, vrouwenkleed, koningsbloed, godsdienst, lands-
heer, landsman, landslied, landshuis, vorstenzoon, zmjns-
hoofd, ossenkop; a/godendienst, menschenmoorder, dieren-
plager, hoedenmaker; bladerkroon, eierstruif, kinderkamer,
kalvermarkt, kleedermaker enz.
Een woord kan alleen dan oneigenlijk samengesteld wezen,
wanneer het eerste lid den zin heeft van een tweeden naamvkl,
die het tweede lid nader bepaalt. Zoo beteekent b, v,: gravenhtoon
de kroon eens graven.
.etmaal staat voor edmaal, d. i. weder, op nieuio maal,
^etgroen h n edgroen, <3. i. weder groen: groen dat na den
hooibouw weder de weiden bedekt,
vierschaar beteekent vier scharen, d. i. vier banken,
ooievaar staat voor oodehaar, d. i. schatdrager 1),
maarschalk bestaat uit mare (paard) en schalk (knecht),
pollepel beteekent sto klepel, 2)
ooglid „ oogd eks el,
noordenwind, zuidenwind beteekenen wind vit het noorden,
wind uit het zuiden,
noorderkanaal beteekent kanaal in het noorden,
zuiderzee f, zee, die zuidwaarts ligt,
adelber-H u edel (adellijk) jongeling,
meineed » onheilige eed,
deemoed „ dienaarsmoed (nederigheid van gemoed).
1) Ood leeft EOg in kleinood, d.i. kostbare, heerlijke {niet kleine)
schat. Baar komt van het oude heren {fiaren), dat o. a. dragen, aan-
brengen beteekent.
2) Dit pol ligt nog verscholen in pallas, dat ontstaan is nit^oZ-a^j^.
Akst is bijl.