Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
noordenwind^ zuidenwind^ noorderkanaal^ zidderzee, adelborst^ mein-
eed, deemoed 1),
Keyinelijke en verliolene samenstelling.
1) Kwajongen staat voor Ictoade jongen,
althans is ontstaan uit al te hande,
nogtans » » n ^og dan,
landouw ^ gevormd « land en ouwe 1) (welbesproeid veld of
weiland),
handhaven „ ontstaan „ handhave, gevormd uit de z, n, hand
en have 3
ellende „ u g el (ander) en landi de eigenlijke bet.
van ellende is dus ballingschap,
lihdorm n u ^n Hjh en doorn in het vleesch,
hijUTcmaJcer "h^i^^tTiï huwelijkmaker,
litteeken is ontstaan uit lijkteeken 4),
barnsteen beteekent brandsteen,
paarlemoer „ moeder van de jpareï,
merook „ gewijde, heilige rook,
heimwee is gevormd uit wee en heim, woning,
hertog is ontstaan uit heirioog, heerleider, leider van het leger^
kerstfeest, kerstlied beteekenen Christusfeest, Christuslied,
madeliefje beteekent madehloempje, weidebloempje,
bakboord n rugboord,
honingraat is gevormd uit honing en raat,
► nachtvorst staat voor nachtvrost,
godsvrucht « a godsvarcht,
nooddruft „ „ nooddurfi (dringende behoefte) 5),
zondvloed „ w zendvloed, groote, sterke vloed,
1) Dit ouwe is hetzelfde als het uwe, dat men in de Betuwe en de
Veluwe ontmoet.
2) Bit-lijk of Uc komt voor in de verholene samenstelling lichaam:
lic^haam. Haam komt van het oude honen dat bedekken beteekent.
Dit hemen leeft nog in hemd, hemel enz. "
3) De verkeerde uitspraak heiligmaker heeft onze Vlaamsche naburen
verleid om deze soort van koek zaligmaker te noemen.
4) Voor lijkteeken schreef men oudtijds ook licteeken, Utteeken» De
eerste bet« van het woord was teeken in het algemeen; nu beteekent het
alleen teeken in het vleesch, Lic of lijk komt af vanhet werkw.
gelijken. Een lijkteeken was een teeken tot blijk van de eene of andere
belofte of overeenkomst. Blijk zelf is uit het werkw. lijken ontstaan.
5) Vorst komt van vriezen, vurcht bet. vrees, durft komt van dur-
ven {derven) d. i. behoeven (Zie no. 76, Aanm. e).