Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
13S
üngl goddelijk; Zijn viandel is verre van christelijk; De leerlingen
moeten opgeleid worden tot alle maatschappelijke en christelijke deugden.
Godoreez'^nd, godvruchtig, godv~rheerlijkend, godgevallig, godebe-
haaglijk, godonteereni en soortgelijke samenstellingea worden zon-
der hoofdletter geschreven.
6'. Dc namea van het Opperwezen: Gorf, de Almachtige,
de Voorzienigheid, de Hemel, de Alomlegenwoordije, de Al-
wetende enz.
7'. De voornaamwoorden hij, hem en rfie«, wanneer zij
treden in de plaats van den naam van hel Opperwezen, b. v.:
Vertrouw u aan Hem [of Dien), die der menschen lot bestuurt.
Zoo ook: de Zoon des menschen; Vader, Zoon en Heilige
Geest Verder persoonsverbeeldingen: de Fortuin, de Nacht,
de Vrede, de Godsdienst enz., die alle als eigennamen kun-
nen beschouwd worden.
Dc woorden, die het onderwerp van een verhaal uit-
maken; de titels van boeken; de namen van schepen, her-
bergen, maatschappijen enz., die min of meer het karakter
van eigennamen hebben, als: Deze les handelt over de Dank-
baarheid-, DU boek heet de Negerhut; Zij las de fabel van
De Vos en de Druiven; Dit vers van Tollens draagt ten op-
schrift: De School des Menschen; Hij logeert in het Hof van
Brussel; Zij is vertrokken met de Telegraaf; Ik ben lid van
de Maatschappij tot Nut van 't Algemen enz.
9 . De gemeene zelfstandige naamw., die als eigene ge-
bezigd worden, b. v.: De Koning zal afstand doen van den
troon; De Burgemeester is herbenoemd; Verlos ons van den
Itooze; De overzetting der Zeventigen; — Zet, Zatijster! zet
dien tocht op de aangeslagen snaren-, Gij, strenge Waarheid!
Gij alleen spoort me aan tot zingen; enz.
10'. Dc bijvoeglijke en zelfstandige naamw. en voor-
naam w., welke in titels voorkomen, nh: dc Heer A., Mijn-