Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
137
4°. De eigennamen en eigen-soortnamen: Amslenlam,
Noord-Holland, West-Friesland, de Oost-[ndiën, de Alpen, de
Franscfien, Paschen, AllerheiliQen, Januari, Herfstmaand, Zon-
dag, Hervormden, Katholieken, het Christendom, het Islamiimns,
de Middellandsche Zee, de Kust van Guinea, de Kaap de Goede
Hoop, de D%m te Amsterdam, koning Willem Iis de Titus van
?(ederland. Vondel is de Homerus der Nederlanders enz.
Wanneer de eigennamen van personen uit de vereeniging van twee
woorden bestaan, wordt ieder hoofddeel met eene hoofdletter geschre-
ven; b. v.: Jan Steen, De Witt, Ter Haar, Van EJfen, Ten Koteexn,
Bij namen, die nit drie deelen bes^taan, van welke het eerste een
voorzetsel en het tweede ren lidwoord is, behcndt het middelste de
kleine Istter, als: Van den Berg, Van der Woord, Van der Thrnen enz.
Ook de zelfstandige naamw. en bijvoeglijke naamw., als toena-
men achter eigennamen gevoegd, hebbea eene hoofdletter; b. v.:
Willem de Veroveraar, Richard Leeuwenhart, Hendrik de Vogelaar,
Johannes de Dooper, Hendrik de Vierde, Willem de Derde, Karet
de Stoute, Boudewijn de IJzeren enz.
In toenamen ah: met den ijzeren arm, met den langen degen, met
de bult en dergelijke krijgende bijvorgl. naamw. en zelfst. naamw.
eene hoofdletter: Boudewijn met den IJzeren Arm, Willem met den
Langen Degen, Goderaart met de Bult, Jan zonder Land, Jan zon-
der Genade, Wouter zonder Have enz.
3°. De bijvoeglijke naamwoorden, die van eigennamen
zijn afgeleid: de Russische taal, het Deventer bier, het Haar-
lemer meer, Holsteinsche boter, Deensche ossen, de Latijnsche
kerk, de Grieksche godsdienst, de Oostindische eilanden, de
Zuidamerikaatische republieken, de Christelijke leer, de Jood-
sche godsdienst enz.
Uitgezonderd zijn goddeloos-, goddelijk in de betei kenis van
lijk, uitUekend, en chrif lelijk in dehet. van den Christen betomende,
passende: Alwetendheid, almacht en overaltegenwoordighnd zijn God-
delijke eigenschappen, d.i. eigenschappen der Godheid; Dot meisje