Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
laatsteu volzin staat als mij^ vriend voor als {dv) mijn vriend (t)
en daarom mijn vriend in den len naamval. Eigenlijk zou de volzin
moeten luiden: De raad uws vaders, als mijns vriends, is g'ld maar d;
doch men vermijdt deze harde constructie te liever daarom, wijl
mijns vriends eene bepaling van raud zou schijnen en niet van vader,
In: Hij stierf als held of als een held ziet de bepaling op het
karakter van den persoon; in Hij stierf zooals een Af/'/ziet de bepa-
ling op de wijze van zijn sterven. Volledig luidt deze zin: Hj stierf,
zooals een held sterft.
En was vroeger ende. Dit ende, vóór een klinker soms tot ené
verscherpt en verkort, hoort men nog in enkele uitdrukkingen,
Zoo zegt men: Zij gelijken elkander opentop {op ^n tof) voor op
ende op, en zoo hoort men no^rommetom voox-rond ende om, openduit
voor op ende uit, overentover voor over ende over enz. Daar wei-
nigen den oorsprong dezer uitdrukkingen kennen, is 't niet
vreemd, dat velen in opentop aan een top en in openduit aan een
duit denken.
Maar en dcch zijn zinverwant. Alleen het eerste wordt in het
dagelijksch leren gehoord. In de schrijftaal wijst wffjr eene ster-
kere tegenstelling aan dan doch: Hij is bekwaan, tnaar lui {en èxi
vermindert de waarde van zijne bekwaamheid); Fij is rijk, maar
bijna altijd ziek (en daardoor heeft hij het ware genot van zijn
rijkdom niel); Hij belooft veel, maar doet weinig; Htj was vriende-
lijk, maar hij meende er niets van ; Hij IS geleerd, doch verwaand
(maar daarom niet minder geleerd); Hij is rijk, doch gierig {ier^
wijl men eerder zou mogen verwachten, dat hij mild was); Hij
belooft zelden; dcch wat hij lelooft, doet hij; Hij was vriendelijk
jegens allen, doch voornamelijk jegens zijne meerderen; Erederik II
%eas even matig, spaarzaam en arbeidzaam als zijn vader Ebederik
Willem I; doch een voorstander van wetenschap en kunst (waar-
van zijn vader een vreeselijken afkeer had).