Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
Voor omdat 1), opdat en zoo dat wordt soms alleen dat gebezigd,
als: Ik hen blijde, dat gij gekomen zijt; Hij doet zijn best, dat hij
lijn brood verdiene; Het vriest, dat hf.t kraakt; Hij lachte, dat hij
Mchudde; Gij werkt, dat gij zweet\ Nu klinkt de hamerslag, dat rots
en ree 't herhalen,
Be volken zullen. Heer, U loven!
O Heer, U loven allemaal.
Die de aarde vruchtbaar maakt van boven,
Dat ze ons met haar gewas onthaal'.
Ps. 67.
Schep me, o Heer! een rein geweien.
Dat ik, trouw aan uw gena,
U mijn Vader durve heeten.
Als ik biddend voor U sta.
J. J. L. TEN KaT£. Bede cm "Reiniging,
Het meisje roept cn bidt vergeefs:
Hij gaat, al fladdrend, voort:
Het water spat, en klotst, en bruist.
Dat hij haar nauwlijks boort.
J. Eüllamy. R;oosje,
Ofschoon en schoon, alhoewel cn hoewel, alsof en 0/kunnen elk-
ander vervangen, als: I)e nacht verdwijnt, schoon {pfschoov^ nog on-
willig, loom van tred; Hij deed het, hoewel {alhoewel) ik het hem
tweemaal verboden had; Hij ligt, of [alsof) hij dood ware,
,In: Hij schaamt zich als dc bewerker van dat ongeval; Ik erger
mij als itw leermeester, staan bewerker en leermeester inden eersten
naamval; in: Hij doet zich kennen als mijn viend; Hij beveelt zich
aU een deskundige aan staan vriend cn deskundige in den vierden
naamval. In de eerste twee volzinnen, waarin de werkwoorden
noodwendig terugwerkend zijn, komt de bepaling in r.aamval met
1) Zie 0. a. Gezang 106, vers 5, regel 4.