Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
132
hUf geweest? — V En doet; d.i.: Hij is h^'er niet geweest. Zoo ook:
^^gh M hij 't rdet en weet ecz.
In plaats van hoe langer hoe grooter schrijft man ook\ hoe langs
xoo grooter en zoo langs zoo grooter, '
Wijl is eene verkorting van dewijl. Bij dichters komt het ook
voor als verkorting van terwijl; b. y.:
Wat fronst ge dus den wenhhrauwloog,
Wijl heel de wereld bloost en gloeit van vreugdeglansen,
Wijl alles zingt en juicht, beneden en. omhoog?
J, van Beebs. Jakcb van Jfaerlant
Wen komt bij dichters voor in plaats van wanneer:
De Schelde, Maas en Waal be,^pofllen
De zoomen van uw vrucMhren grond.
Waar gij, wen hooge vloeden woelden.
Der stroomen mrelwil tegenstondf,
A. SiMoys. Aan mijyie Zandgenoot^n,
Sommige voorzetsels en zuivere bijwoorden, die als voegwoor-
den optreden, kunnen al dan niet door 't voegwoord gevolgd
worden. Daartoe behooren o. a.: na, naar, voor, tot; sedert, sinds,
terwijl,gedurende, eer; b. v.: Ua {dat) hij hier wasgeweed; naar {dat)
hit volt; vóór (dat) het zoo ver is; sedert (dat) gij hier ztjt; enz.
Na woorden, die uitsluitend voegwoordelijk zijn, moeten ie/en
of wegblijven; b, v.: Zie nu in, hoe verkeerd gij (niet dat gij, of
gij) gehandeld hebt; Hij deed hel, schoon, ofschoon, hoewel, alhoe*
wel, hoezeer ik (niet dat ik) hft hem verboden had.
Met, zonder, behalve en in plaats van kunnen, als voegwoorden ge-
bruikt , dat niet missen; b, v.: liet licht ging uit, met dat hij de
deur toeslceg; Hij leeft voort, zonder dat hij aan ster ten denkt; am,
In als het ware staat als voor alsof: men mag dus zoowel
schrijven als het ware als ah ware het. Aan het laatste wordt
door sommigen, doch zonder grond, de voorkeur gegeven. Ah
het ware behoort tot de vergelijkingszinnen.