Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
134
streeks, omtrent, ongeveer, ondanks, sedert, sinds, spijt, tij-
dens, trots, volgens, wegens.
84. Ooder deze voorzetsels zijn er eenige, die wij reeds onder de bij-
woorden hebben opgenoemd. Zegt men b. v.: Bij homt in de fcMmer-,
Ilij gaat uit de kamer-, Hij loopt op den berg, dan zijn in, uit en ep^
voorzetsels; zegt men echter: Hij komt de kamer in; Hij gaai de kamer
uit; Hij loopt den berg op, dan zijn *t bijwoorden.
In de laatste drie volzinnen ligt niet onduidelijk omgesloten,,
dat de persoon, van wien er sprake is, zich opzeltelijk beweegt!
in de richting, die door het zelfstandig naamwoord bepaald wordt..
In de eerste drie volzinnen wordt dit meer toevallig voorgesteld,.
In beide gevallen staan dc zelfstandige naamw, in den vierden .
naamval, In de laatste d' ie volzinnen toch hangen dc zelfst. naamw.,,
die de voorwerpen aanwijzen, welke de bepalen, van het
eeue of atidere voorze'sel af, dat niet uitgedrukt wordt, omdat het ;
na het zelfst. naa-nw. geplaatste bijwoord (dat eigenlijk tot beton--
overgankelijke werkwoord behoort) dit voorzetsel overtollig maakt.,
Zoo is b, v,: Uij klimt dn berg af zooveel als Hij klimt van den berg
af; Hij loopt den berg vp zooveel diWHij loopt langs o^ tegm den berg
op; Hij komt de kamer in hetzelfde als Hij komt in de kamer in,.
Alle voorzetsels regeerea tegüjwoordig den vierden naamval. Dat dit t
vroeger zoo niet was, blijkt nog uit de uitdrukkingen: binnenslands, bin-
nensmonds, binnenshuis, binnengaats, buitenshuis, buitengaats, buitens-■
tafids, voortijds, vanouds, iusschendeks, ter kerk, ter prooi, ter elf der ure,,
len huize, ten gronde, ten dienste, ten behoeve, ten berde \), uit dien hoofde,,
uitermate, van den lande, van den l^loede, inden bloede, te goeder uur, ,
' te zijner tijd, in dtr minne, na den eten enz.
Behalve en benevens, uitgezonderd en uitgenomen worden ook gevolgd door •
tien eersten naamval; als: Hij zag niemand, behalve mij; Er was niemand, be-
halve ik-. Zij spraken allen, uitgezonderd gij; Zij prezen allen, uitgezonderd u..
flet voorzetsel te smelt met de lidwoorden den en der tot ten en ter samen. .
Het komt voor -. ternauwernood, ter geeder uur, ten eenenmale, ter prooi,,
ter zee (ook te zee), ten gronde (ook te gronde) , ten tijde, ter maaltijd tnz. .
1) Berd, dat plank, hord, tafel beteekent, is door letterwisseling ont-
staan uit hred.