Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1^6
vorindv; als: schaarsch vaa schaars-, vergeefsch van vergeefs; averechisch
ran averechts; fluhsch vau fiuks linksch vau links; gindsch van ginds;
dagelijksch van dagelijks. Van de bijwoordelijke uitdrnkkfugen onderhands,
buitendijks, ouderwets vormt men evenzoo onderhandsch, buitendijksch,
oüderwetsch.
Dwars en paars worden als bijv, naamw. soms, verke^delijk, met cA
geschreven. Ook bits, spits, wars en flets nemen geene ch aan.
Het bijwoord van tijd wijlen wordt steeds vóór het zelfgft. naamw. en
deszelfs bepalingen geplaatst: Wijlen Willem 11 was een dapper krijgs-
man ; wijlen uwe moeder-, wijlen zijne jongste zuster.
Men make behoorlijk onderscheid tusschen zelden en zehlzaam, Meu
schrijve: Dit ziet men zelden en niet: Dit ziet men zeldzaam.
Er is onderscheid in beteekenis tusschen daags en 's daags: Bij
doet het driemaal daags (per dag); Bij doet' hei driemaal *s daags (over
dag) en driemaal 's nachts.
lu: Hij gaat vooraan. Zij komt achteraan. Wij gaan middenin
enz., zijn vooraan, achteraan, middenin samengestelde bijwoorden.
In: H'j woont voor aan de straat. Zij speelt achter aan de deur.
Hij woont midden in de stad, ziju voor, achter en midden plaats-
bepalende bij-voorden. In: Hij schreef van uit zijne gevangenis, Eij
riep van op het dak enz, zijn van, uit en op voorzetsels.
Men wachte zich voor het gebruiken eensr dubbele ontkenning, als:
Ik zag hem nergens niet, voor Ik zag hem nergens. Ook wordt de ont-
kenning weggelaten, wanneer ze in het werkwoord opgesloten ligt. Tot
deze werkw. behooren: verbieden, ontkennen, loochenen, zich wachten^
zich hoeden-, als: Wacht u, zulks te doen-, Hij loochende, dal hij 'tgc'
daan had.
Ooit en nooit zien op het verleden ea de toekomst; immer en nimmer
alleen op de toekomst; als . Bij heeft het nooit gedaan; Zij zal H nim-
mer of nooit doen.
In vaahnalen is H woordje malen overtollig.
Men schrijve: hierheen, daarheen, waarheen, ergens heen gaan ^ ergens
heen reizen, waar heen de waarde beeft van't voorzetsel «aar; doch daar-
entegen; henengaan (weggaan), henentrekken enz.: henen beduidt eene
beweging uit eene fplaats.
Met komt niet zelden 'voor als bijwoord van tijd, met de beteekenis vaa-
op hetzelfde oogenhlik, b. v.