Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
lijk van dage), tkans, gisteren, toen, hierna, dadelijk, juist, reeds, tcan-
neer, wm, terstond, aanstonds, nog, weldra, dra, straks, strakjes^ meteen,
zoometeen, pas, korielings, eindelijk, *s nachts, *s avonds, t' avond, eerst-
daags ; steeds, altoos, altijd, immer, immermeer, sedert, voortaan, onder-
wijl , onder tusschen^ onder dies, van lieverlede; zelden , dikwijls, dikwerf,
vaak, telkens,•weder, opnieuw, somtijds, tusschentijdst soms {somtemets),
altemet, temet, nu eensdan eens, gewoonlijk, doorgaans, toen:naals,
voormaals, nog^naals^ telken male, andermaal, ten tweeden male enz.
B. v.: Zat het ooit gebeuren ? Is hij ander maal hier geweest ? Jk
zie hem zei-den, Er was eens een koning.
6. De bijwoorden van wijze, ook modale geheeten, worden onderstfhei-
den in bevestigende: ja, wel, voorzeker, vo»rwaar, waarlijk, im-
mers, stelligt degelijk, volstrekt, gewis, werkelijk, wezenlijk, waarachiig,
trouwens \ ontkennende: neen, niet, geenszins', vermoedende-,
waarschijnlijk, misschien (oütstaan uit magschiên d. i. *t mag {kan) geschie
den), mogelijk, wellicht, vermjedtlijk, wel-, wenschende: dan,
toch, B. T.: Hij zal H wel doen', *t Is stellig waar-, o Kom toch!
7. Voegwoordelijke bijwoorden zijn: nu, evenwel, niettemin , toch ,
desniettegenstaande, intusschert, integendeel, daarentegen, dienvolgens 1),
derhalve enz.
Onder de bovenstaande bijwoorden zijn er verscheidene, welke uit meer
dan één woord bestaan en die daarom bijwoordelijke uitdrukkingen heeten.
Daartoe behooren o. a.: IVijd en zijd, heinde en veer, van lieverlede,
telken male, ten slotte, in allerijl, onverrichter zake, van gantcher
harte enz. Eeu groot aantal bijwoordelijke uitdrukkingen zijn tot sa-
mengestelde bijwoorden geworden, als; inderdaad, metterdaad (voor
met der daad), uitermate (voor uit der mate), mettertijd, terloops, ter-
nauwernood, opnieuw, tuvergeefs, bijtijds, vandaag, vannieuws, altemef,
altegader txn.
82. Uit het bovenstaande blijjct, dat een bijwoord nu eens tot dezt-,
duu eens tot gene soort behooren kan; b. v.: Hij leest zeer u>el\ Hij tal
V wel doen; Hii zal 't wèl doen.
1q veel gevallen is er geen onderscheid tusschen de bijv. naam'v. en
bijwoorden. Van enkele bijwoorden op s worden bijv, naamw. op wAge-
1) Vroeger, veikoerdelijk , dieasvolgens.