Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
123
Meervond.
1. Laat ons beloond worden; laten wij beloond worden.
2. Wordt beloond.
3. Zij worden beloond! Laat hen bel.worden; laten zij bel. worden.
Volm. teg. of toek. tijd.
Enkelvoud.
1. Laat mij belocnd zijn; laat ik beloond zijn.
2. Wees beloond.
3.«Hij zij beloond! Laat hem beloond zijn; laat hij belooud zijn.
Meervoud.
1. Laat ons beloond zijn; laten wij beloond zijn.
2. Weest beloond; zijt beloond.
S. Laat hen beloond zijn; laten zij beloond zijn.
Naamwoordelijke vormen des werkwoords.
Onbepaalde wijs. Deelwoorden.
Onvolm. teg. tijd. Deelw. v. d. onvolm. tijd.
Beloond (te) worden. Beloond.
Volm. teg. tijd. Beloond zijnde.
Beloond te zijn. Beloond wordende.
Beloond geworden (te) zijn. Deelw. v. d. volm. tijd.
Onvolm. toek. tijd. Beloond geworden zijnde.
Beloond te zullen worden. Beloond geweest zijnde.
Volm. toek. tijd.
Beloond te zullen zijn.
Beloond geworden te zullen zijn.
81. Bijwoorden dienen ora een werkwoord, bijvoeglijk
naamwoord, telwoord, of ander bijwoord nader te bepalen,
als: Hij schrijft fraai; Hij schrijft zeer fraai; DU is
vrij goed schrift; Er is hier zeer veel goed schrift.
De zinwijzigende (modale) bijw. dienen om den denk-of spreek-
vorm, en de voegwoordelijke om het zinverband duidelijker aan
te wijzen.