Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
121
Naamwoordelijke Tormen des werkwoords,
OKBEFA.ALDE WIJS. DEELWOORDES.
Onvolm. teg. tijd. Deelw.vandcnonvolm.tijd(bedr.deelw.). '
Vallen. Valle.ide, vallend.
Volm. teg. tijd. Deelw. vau den volm. tijd.
Gevallen zijn. Gevallen (lijd. declw.).
Onvolm. toek. tijd. Gevallen zijnde.
(Te)* Zullen vallen.
Volm. toek. tijd.
Gevallen (te) zullen zijn.
80. Vervoeging van het overgankelijk (bedrijvend) werkwoord
be-oonen in 'l lijdende geslaeht.
Aakioosehde wws. ' Aakvoegekde wijs.
Onvolm. teg. tijd.
. Enkelvoud.
1. Ik word beloond. 1. Ik worde beloond.
2. Gij wordt beloond. 2. Gij wordet beloond,
3. Hij wordt beloond. 3. Hij worde beloond.
Meervoud.
1. Wij worden beloond. 1. Wij worden beloond.
2. Gij wordt beloond. 2. Gij wordet belooi'd.
3. Zij worden beloond. 3. Zij worden beloond.
Volm. teg. tijd.
Enkelvoud.
1. Ik ben b.^loond, of: ik ben 1. Ik zij beloond, of: ik zij
beloond geworden. beloond geworden.
Enz. Euz.
Onvolm. verl. tijd der aanv. wijs.
Onvolm. verl. tijd. Onvolm. teg. tijd der vookm. wijs.
Enkelvoud.
1. Ik werd of wierd beloond. I. Ik verde of wierde bt:looud.
2. Gij werdt of wierdt beloond. 2. Gij werdet of wierdet beloond.
3. Hij werd of wierd beloond. 3. Hij werde of wierde beloond.