Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
"Volni. verl. tijd.
Volm. -veïl, tijd der aanv. wijs,
Volm. teg. tijd der vookw, wus.
Enkelvoud.y
1, Ik was gevallen,
2, Gij waart gevallen.
3, Hij was gevallen.
1, Wij waren gevallen.
2, Gij waart gevallen.
3, Zij waren gevallen.
Onvolm. toek. tijd.
1. Ik. zal vallen.
' Enz.
Volm, toek. tijd.
1. Ik zal gevallen zijn.
Enz.
1. Ik ware gevallen,
' 2. 'Gij wäret gevallen,
3, Hij ware gevallen.
Meervoud.
1, Wij waren gevallen.
2, Gij wäret gevallen.
3, Zij waren gevallen.
Verl, onv, toek. tijd der aakt. wijs.
Ouvol ni. 1 oek. tij d der v ookw. wws.
1. Ik zoude Tallen.
Enz.
Verl, volm. toek. tyd der
aa nt. wijs,
Volm. toek. tijd der vookw, wi.'s,
1. Ik zoude gevallen zijn.
Enz.
* Gebiedende wijs.
Onvolm. teg of toek. tijd.
Enkelvoud,
1, Laat mij vallen; laat ik vallen.
2. Val.
8, Hij vallei Laat hem vallen; laat hij vallen.
Meervoud.
L Vallen wij! Laat ons vallen; laten Mij vallen.
2. Valt.
3. Zij vallen! Laat hen vallen; laten zij vallen.