Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
r. Vrijen, vrijden (vrij maken), heeft (liefde be-
toonen), heeft Drijde, gevrijd., In sommige streken wordt het laatste ^/^rj^
verbogen: vree, gevreën.
s. Vriezen heeft vroor, {vroos); gevrozen, gevroren. Verliezen ver»
loor, verloren. Kiezen heeft hoos-, gekozen, gekoren-, verkiezen \iQtit ver-
koos , verkozen,
t. Klieven heeft kliefde, ijcloof): gekliefd, {gekloven). Kluiven .h^eit
kloof, gekloven. Voor kluiven zegt meu ook knuiven. Knuiven heeft knoof,
geknoven. Klooven (hout kloven) heeft kloofde, gekloofd.
u. Kruien heeft krooi, kruide-, 'gekrooien, gekruid. Schuilen heeft
school, schuilde; gescholen, geschuild.
V. Zieden heeft {ziedde), zood\ gezoden.
V). Tijgen (eigenlijk üegen) heeft toog, getogen,
X. "Raden heeft raadde, ried-, geraden.
y. Spugen heeft sjioog, gespogen; spuwen heeft spuwde, gespuwd,
z. Zweeten heeft zweette-, gezweet, {gezweeten).
aa. Beraadslagen 1), vervjelkomen, glimlachen; dwarsdrljven, pluimstrij-
ken, beeldhouwen, psalmzingen w(frden zwak verbogen: beraadslaagde,
verwelkomde, glimlachte^ dwarsdrijfde, pluimstrijkte, beeldhouwde,psalm-
iingde\ beraadslaagd, verwelkomd, geglimlacht, gedioarsdrijfd, gepluim-
strijkt, gebeeldhouwd, gejtsahizingd 2).
hb. Liggen en leggen worden vaak met elkander verward. Leggen U ^tn
overgankeVjk (bedrijvend), liggen een onovergankelijk (onz.) werkwoord.
Men pfïhrijve: zich aan iets gelegen laten zijn of zich aan iets gelegen
laten-, en niet: zich aan iets gelegen laten liggen.
1) In beraadslage.. ontmoeten wij *t werkwoord ^/ö^t«, waarvan j/öö»
de samentrekking is.
2) De vorm handenwrong, dien men bij Tollens vindt {Laatste
Gedichten, II. De Le-censgidsen), geene aanbeveling. Een werk-
woord handenwringen bestaat 'er niet, en zelfs wanneer het bestond, zon
men moeten schrijven handentcringde. Handenwrong staat, als dichter-
lijke vrijheid , voor de hadden wron^.
Hoe klom mijn onrust dag aan dag,
• Sinds een der knapen, hoe ik bad,
En hoe ik handenwrong en kreet, ,
Gevoelloos aanzag wat ik leed.