Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
d. In plaats van ik kon, hoort men vaak ik kost.
e. Ik dorst is eigenlijk de onvolm. verl. tijd van het verouderde
werkwoord dorren {derren, darren) dat wagen beteekende. Durven
{dorven, derven) beteekent oorspronkelijk behoeven. Later is de be-
teekenis van dorren [pagen) op durven overgegaan. Nooddruft
(dringende behoefte) staat voor nooidurft, nooddruftig xaov nood-
dürftig. — Derven beteekent thans missen: Hij moest die winst derven.
Als wij alles, alles derven.
Blijft Gods liefde ons bij in smart,
f. Placht is de ouvolm. verl. tijd van plegen in de beteekenis
van gewoon zijn -, b. v.: Peter de Groote placht alle morgen te vijf
uur op te staan. Pleegle en gepleegd worden gebruikt in de betee-
kenis van doen, begaan; eene misdaad plegen, een roof plegen,
met iemand raadplegen, iemand raadplegen; deugd plegen, wijsheid
plegen, godsdienst plegen, enz. Dit plegen komt nog voor in w-
plegen: Een zieke verplegen.
g. Wrocht en gewrocht zijn deftiger dan werkte en gewerkt. In
Noord-Nederland worden de eerste vormen zelden, in Zuid-Neder-
land dagelijks in de spreektaal gehoord. Werken staat eigenlijk
voor workenl). Hieruit werd regelmatig zwak gevormd en
geworkt. Door niet ongewone letterwisseling 2) ontstond hieruit
wrokte en gewrokt, welke door verscherping der k tot ch de vor-
men wrochte en gewrocht opleverden. Wrochte verloor later de e
van den uitgang te.
h. Kunnen en kennen worden vooral in de spreektaal niet zelden
verward. Kunnen bet. vermogen, in staat zijn om iets te doen, cn heeft
altijd een werkwoord in de onbep. wijs na zich: Ik kan lezen;
Hij kan schrijven; Kunt gij komen? Ja, ik kan (komen). -—
Kennen bet. met iemand of iets bekend zijn, iets kunnen onderschei-
1) Hot Eng. heeft nog to work, en in den onv. verl, tijd en het verl.
deelw. wreught.
2) Men denke aan nooddruft voor nooddurft, godsvrucht voor gods-
vurcht (godsvrees), l>ron voor born enz.