Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
109
mocht. 4. Weten, wist, geweten. ^. Zullen, zoude of zou.
6. Durven, dcrst o( durfde, gedurven ot gedurfd. 7. Gaan,
ging, gegaan. 8. Staan, stond, geslaan. 9. Doen, deed, ge-
daan. 10. Zijn, was, geweest. 11. Willen, wou of wilde,
gewillen, gewild. Hebben, had, gehad. i3. Plegen, pleegde,
plag, placht \), gepleegd. 14. Werken, wrocht, werkte, ge-
wrocht, gewerkt. 15. Koopen, kocht, gekocht. 10. Zoeken,
zocht, gezocht. 17. Brengen, bracht, gebracht. 18. Denken,
dacht, gedacht. 19. Dunken, docht, dacht, gedocht.
Aanmerkingen.
a. Gehitid, {gekunner^; gemoeten; {gemoogd, gemogen,gemocht);
gedurfd, {gedurven); gevild, {gewillen) worden vaak in de spreek-
taal, zelden of nooit in de schrijftaal gebruikt. Men schrijft dan
ook liever, waar zulks mogelijk is, in plaats van: Ik heb gekund,
gemoeten, gedurfd, gewild: Ik heb het kunnen, moeien, durven, wiU
len doen. De tusschen haakjes geplaatste vormen behooren alleen
tot de spreektaal. — 't Verleden deelwoord van vermogen is vermocht,
b. Van weten^ovA bewust. Bewust voor bemist, 2) dat'^een
spoor bewaart van het oorspronkelijk zwakke verleden deelwoord
gewist, nu sterk geweten. Van wezen komt gewezen, dat alleen
bijvoeglijk gebruikt wordt. Men zegt: ds bewuste zaak, de gewezen,
burgemeester. — Geweest staat voor geweesd, gelijk gezant voor ge-
zand (van zenden), verwant voor verwand {vd.^ wenden). Z) Wezend,
het deelwoord van den volm. tijd van wezen, komt alleen voor
in sameasUWiagen: aanwezend, afwegend. }lenschnive: dank weten
en niet dank wijten.'
c. In plaats van moest hoort men vaak most. Dit most wordt
dikwerf verward met mocht. Men zegt Ik mocht het doen voor Ik
most het doen, en omgekeerd.
1) Volgens de IVoordenlijst der Heeien De Veies en Te Winkel alleen
xslacU.
2) Van het Midielned. hem hewissen = zich vergewissen.
3) Behept komt niet, gelijk men vroeger meende, van hebben, maar
raa happen, d. i. vangen. Hij is met leelijke ondeugden behept (niet le-
helt) bet. dus-, IJij is met leelijke ondeugden bevangen.