Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
108
Doch gij, die wel ten hemel blikte,
De handen vouwde, maar niet badt.
Die tranen, maar geen woorden hadt.
Die niet dan znchte, niet dan snikte!
Tradt gij, gij onverhoord naar buiten?
Het roerendst en welsprekendst bidden —
Het is eea snik, een zucht, een traan.
Tollens. Hel Gebed.
Het meerv. van den onvolm. verl. tijd der werkwoorden zet-
ten, redden,putten, schudden, eu dergelijke, schrijft men op drieërlei
wijze: wij zetten, zetten of zetleden; gij reddet, redd'ei of redde-
del; zij putten, putt'en of puiteden; genen schudden, schudd'en of
schuddeden.
De zwakke werkwoorden leggen en zeggen hebben in den onvolm.
verl. tijd:
ik legde, rk leide, ik lei; ik zegde, ik zeide, ik zei;
gij legdet, gij leidet, je lei; gij zegdet, gij zeidet, je zei;
hij legde, hij leide, hij lei; hij zegde, hij zeide, hij zei;
wij legden, wij leiden; wij zegden, wij zeiden;
zij legden, zij leiden; zij zegden, zij zeiden.
't Verleden deelwoord is: gelegi of geleid; gezegd of gezeid.
Men zegt ook: hij zeit voor hij zegt; je zeit voor je zegt; hij leit
voor hij legt; en verkeerdelijk: het leit op tafel voor hel ligt op
tajel; ik lei te bed voor ik lag te bed, enz.
De vervoeging van oorlogen en bewaarheiden of bewaarheden luidt:
Ik oorloog, oorloogde, heb geoorloogd-. Ik bewaarheid, bewaarheidde,
heh bewaarheid.
76. Onregelmatige Tverkwoorden zijn de zoodanige, die
in hunne vervoeging van die der zwakke en sterke beide
afwijken. Het zijn de 19 volgende, wier onvolm. verl. tijd
en verleden deelwoord wij tevens opgeven.
1. Kunnen, honde of kon, gekund oigekunnen. 2. Moeten,
moest, gemoeten. 3. Mogen, mocht, gemoogd, gemogen, ge-