Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
107
woorden: de sterke of ongelijkvloeiende, en de zwakke of
gelijkvloeiende.
Door sterke werkwoorden verstaat men de zoodanige,die
in den volmaakt' verleden tijd, of in]"het deelwoord van
den volm. tijd, of wel in beide, een anderen klinker hebben,
dan in den tegenwoordigen tijd, als: lezen, las, gelezen;
barsten, borst, geborsten; stelen, stal, gestolen.
In sommige sterke werkwoorden is de klinker van den onv. verl.
tijd gelijk geworden aan dien van den teg. tijd. Daartoe behoo-
ren: bakken, malen, braden, brouwen, hesten, spannen, lachen e. m. a.
De zwakke werkwoorden hebben geene klankverwisseling.
Hun onvolmaakte verleden tijd eindigt op de\) (of«e),en
hun lijdend deelwoord, dien overeenkomstig, op d (of«),
als: leeren, leerde, geleerd; plukken, plukte, geplukt; missen,
miste, gemist; vonnissen, vonniste, gevonnist.
De derde persoon enk. van den tegeuw. tijd en de tweede per-
soon van den tegenw. en onvolm. verl. tijd eindigen op als:
hoort, gij hoordet; gij leest, gij laast; hij hoort, ti] leest, menspeelt,
'emand spit, hij houdt, wie zendt, enz.
Uitzonderingen zijn: hij is, kan, raag, zalen wil.
De tweede persoon van den zwakken onvolm. verl. tijd mist,
5m der welluidendheid en om des rijms wille, in lossen stijl en
n dichtmaat vaak de t: Jongen! Jongen! wat lelie je slecht op
'n wat hinderde je me!
Kiet waar?'Toen hebt gij vreugd beleefd,
Toen scheen de rijkswrong niet te drukken.
Toen gij den schuldbrief scheurde aan stukken
En in de plaats een kwijtbrief schreeft.
Tollens, 's Konings Vrijspraak.
1) Dit de is eigenlijk een overblijfsel van Jen onvolm. verl. tijd van
loen. Wij hoorden was oorspronkelijk: wij hooredéden. Uit de is na een
iieherpen medeklinker te ontstaan.