Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
106
den 4den naamval voor. ZTe^^^« beteekent liier jma^«« en de geheele
uitdrukkiug zegt zooveel Maken, dat iemand voor een leugenaar
doorgaat. Iemand is dan het voorwerp van het samengevatte
begrip heeten liegen, iets dat van liegen,
Heeten wordt gevolgd door een voorwerp in den 3en naamv,,
wanneer het de beteekenis heeft van gebieden:
Hij heet de knechten staat hier voor derï\, die getmken,
Zich meester van den prijs te maken,
Tolle>'S. I)e Jongeling van Westzanen,
Men schrijft zoowel: Herinner hem (4a.) aan onze afspraak,
Herinner hem (Sn.) onze afspraak (4n.). Herinneren kan ook den
2en naamval bij zich hebben; Ik kan wïJ?.(4ü.) zijner (2n.) niet
herinneren, — In: Herinnert gij u (4n.) dien dag (4n.) nog is de
2de vierde naamv. de bijwoordelijke 4n. van tijd.
Ontmoeten, eigenlijk onovergankelijk, wordt ook overgankelijk
gebruikt. Men vindt zoowel: Ik heb hem (4n.) ontmoet, als: Hij
is mij (3n.) ontmoet; zoowel: Ik ben hem (3n.) ontmoet, als: Hij
heeft mij (4n.) ontmoet.
Gehoorzamen, schaden en haten worden gewoonlijk tot de onoverg,
werkw, gerekend. Zij bezitten echter deze eigenschap, dat de 3de
naamv. van den bedrijvenden vorm in den lijdenden vorm als on-
derwerp (In.) optreedt: -ilfew gehoorzaamde hun (3n,); Zij werden
gehoorzaamd; Bat baatte mij (3n); Ik ben er mee gebaatHet heeft
u (3n.) geschaad'. Gij zijt er door geschaad,
74. Bij de werkwoorden laten en (foe^ komen twee vierde naan--
vallen voor in uitdrukkingen als de volgende: Hij laat den kleere-
maker een rok maken; Hij dost den scholier zijne les leeren. Daar
in: Ik laat mijn zoon een nieuwen rok maken, mijn roow zoowel
derde als vierde naamval zijn kan, en de zin dus zoowel kan
beteekenen; Ik laat een nieuwen rok maken voor mijn zoon, als:
Ik laat een nieuwen rok maken door mijn zoon, verdient soms, ter
vermijding van dubbelzinnigheid, de aanwending van een voor-
zetsel hier de voorkeur boven den derden of den vierden naamval.
75. Er is tweeërlei verbuiging of vervoeging der werk-