Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
105
men deze volzinnen in den lijdenden vorm over, dan krijgt men:
Zij worden gevraagd door mij; Iets wordt hun gevraagd door mij,
of: ffun wordt iets gevraagd door mij; Gij wordt onderwezen door
hem; Be geschiedenis icordi u ondetwezen door hem.
Schrijft men: Ik vraag hen iets, zoo zou dit, in den lijdenden
vorm overgebracht, dA^n^si Zij worden iets {^a) gevraagd
door mij; doch daar dit te hard klinkt, sChrijUmen: Zij worden
door mij naah iets gevraagd. Zoo ook schrijft meu niet: Gij wordt
de geschiedenis (4n.) onderwezen door hem; maar: Gij wordt IN de
geschiedenis onderwezen door hem, of liever: Gij wordt door hem in
de geschiedenis onderwezen. Zoo ook niet: Ik word de aardrijks'
kunde (4;n ) geleerd door hem, maar liever, met verzaking van den
lijdenden vorm: Ik leer de aardrijkskunde hij hem. Hierbij moeten
wij ten slotte nog doen opmerken, dat in: Ik leer hen de aard»
rijhskunde, leeren de bet, heeft van doen weten, doen leeren. Ook
de werkwoorden heeten, noemen, doopen, achten, rekenen, prijzen, schat'
ten, bevinden, mak^.n^ vinden, schelden, zich betoonen, zich gevoelen kun-
nen twee éde naamvallen bij zich hebben, die Ae/cfJ/l/e voorwerp
beduiden: Ik heet hem uw vriend; Ik noem hem uw vijand; Ik acht
hem uwen weldoener; Men vond het eene schandelijke daad; Be eene
geleerde schold den anderen weetniet (of voor weetniet).
Prijst vrij den nachtegaal
(Als hij u menigmaal
Verlust en schatert uit)
Een zingend vedertjen en een gewiekt geluid,
Maria Tesselschaüe Visschek. Be Nachtegaal,
o Eens, eens had men haar geprezen
De schoonste uit Juda's dóchtrental.
A. Beeloo. Naomi.
Worden bovenstaande zinnen in den lijdenden vorm overgebracht,
dan krijgt men twee eerste naamvallen: Htj wordt uw vriend ge-
heeten; Hij wordt uw vijand genoemd; Hij wordt uw weldoener
geacht; enz.
Ook in: Iemand iets heeten liegen komen twee voorwerpen in