Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
soort eigen zijn: Willem, Amsterdam, de Rijn, deSoni, de Elna,
de Klaver (naam eener brouwerij), de Zeven Provinciën (naam vau
bet schip van M. A. db Ruitee) enz.
Tot de eigennamen behaoren de namen van volken: defranschen,
de Benen, de Pruisen, die eigen-soortnamen, en de namen van
bergketenen en eilandgroepen: de Alpen, de Pyreneën, de Apennijnen,
de Hebriden, de Berlenguas, die verzamelende eigennamen heeten.
Stofnamen zijn benamingen van sto/fen: water, wijn, melk,
goud, zilver, lood enz.
Stoffen zijn dingen, die niet als a,fgeronde en begrensde deelen
worden beschouwd. Stofnamen hebben geen meervqud en nemen
het lidwoord van eenheid (een, eene) niet voor zich. Komen ze in
het meervoud voor, of worden ze door f««, «e«« voorafgegaan, dan
zijn ze voorteerpsnamen geworden; b. v.: de toateren van Nederland,
de FranscAe wijnen, de zouten, dat w ee» eiefcïC!}'« (wijnsoort), enz.
Verzamelwoorden zijn woorden, die (in het enkelvoud) eene veel-
heid van enkele dingen aanduiden: troep, kudde, leger, menigte;
turf, steen, rogge, gras enz.
De verzamelwoorden onderscheidt men in verzamelende voorwerps-
namen 'en verzamelende stofntmen. De verz. voorw. stellen de hoe-
veelheid als eene eenheid, als een begrensd geheel voor. Zij kun-
nen dus, evenals de voorwerpsnamen, een meervoud hebben en
't lidwoord van eenheid voor zich nemen. Daartoe behooren o. a.:
volk, vergadering, hosch, gebergte, bende, troep, compagnie, ba-
taljon, leger, kudde, kooi enz.
De verzamelende eigennamen behooren natuurlijk tot de verzame-
lende voorwerpsnamen.
De verzamelende stofnamen stellen de hoeveelheid als een onbe-
grensd geheel voor, als eene stof. Zij hebb^n.dus geen meervoud
en nemen het lidwoord van eenheid niet voor zich. Daartoe be-
hooren o. a.: rogge, tarwe, haver, gras, onkruid, hout, steen,
turf, visch, haring, zalm enz.
Sommige van de bovengenoemde woorden komen nu eens voor als
voorwerpsnaam, dan eens als verzamelwoord, dan weder als stofnaam.