Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
103
Hulpwerkwoorden van den tijd zijn: hebben, zijn en zullen :
k heb gegaan, Ik ben gegaan. Ik zal gaan*
Hebben en zijn zijn de hulpwerkw. van den vcrWen (vol-
naakten), zullen is dat van den toekomenden lijd.
Ook gaan en blijven komen soms als hulpwerkwoorden van den
ijd voor: Ik ga lezen. Ik blijf lezen.
Hulpwerkwoorden van de wijze zijn: zullen, mogen en la-
en, als: Ik wil, dat hij mij groeten zal \oor: lkivil,dat hij
^ij groete; Wanneer het gebeuren mocht voor: Wanneer hel
t gebeurde; Laat hem keren!— Zullen en mogen zijn dehulp-
i (verkw. van de aanvoegende; laten is dut van de gebiedende wijs.
De werkwoorden kunnen, mogen, moeten, willen en durven, die
liet zonder een ander werkwoord in de onbepaalde wijs, waar-
lede zij één begrip vormen, kunnen voorkomen, kan men als
hulpwerkwoorden van wijze oi, liever, als wijzigende hulpwerkwoord
!en beschouwen, daar zij als het ware eene wijzigende bepaling
jeven aan den inhoud der onbepaalde wijs. 3. v.: Ik mag komen;
^ij Ican lezen; Zij moet gehoorzamen; Ik wil schrijven; Hij durft liegen.
/roeger noemde mèn deze werkwoorden hulpbehoevende werkw, —
soms is de onbep. wijs, die van deze werkw. afhangt, verzwe-
gen, als:
De kloeke Rijp wil mee en met hem samenspannen,
1.1. wil mee gaan. Ik mag leeren teekenen.. Moogt gij ook? d. i,
ook leeren teekenen? Zoo ook in: Ik wil, ik zal, ik moet ! Zijkan-
nen niet buiten hem; De taal kan niet zonder zekere klanken die,
ies noodig, aangeven hoeveel voorwerpen er zijn.
Heeft willen de bet. van eischen, dan is het natuurlijk geen wij-
zigend hulpwerkwoord; b. v.: De nood wil spoed.
Ook de werkw. vermogen, behooren, behoeven, trachten, pogen,
\zoeken, hebben, die in bet. nauw met kunnen, mogen, moeten, willen en
durven samenhangen, komen niet zelden als wijzigendehulpwerk-
iwoorden voor, als: Hij vermag, behoort, tracht, poogt, zoekt ie
komen; Zij behoeft niet te komen; Hij heeft mooipraten; Zij heeft
veel ie arbeiden.