Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
De aanvoegerde wijs, daarentegen, dient om wenschen uit te druk-v
ken, wier vervulling, menschelijker wijze gedacht, mogelijk Deh
Koni.ig leve! God zegene u! |
De gebiedende wijs heeft maar één tijdvorm: den onvol-j-
maakt tegenw. tijd spreek, {
Uitdrukkingen als: Ben moed niet opgegeven! Den arbeid aange-\^
vangen ! Goed werken. Jongens! hebben de kracht van de gebiedendee
wijs: Geef den moedniel op! Vang den arbeidaan! IFerkt goed, Jongens!^
Doordien zinnen als: Den moed niet opgegeven! Den arbeid aan-
gevangen! de kracht hebben van de gebiedende wijs, wordt daarin
de Ie naamval door den ^en naamval vervangen. De eigenlijke
beteekenis van soortgelijke volzinnen is: De moed {worde) niet l
opgegeven! De arbeid [worde) aangevangen!
De onbepaalde wijs heeft de vier volgende tijden;
onvolra. teg. tijd: spreken,
volm. teg. tijd: gesproken hebben,
onvolm. teek. tijd: [te) zullen spreken,
volm. toek. tijd: gesproken (te) zullen hebben.
De onbepaalde wijs wordt verbogen als eeu zelfstandig naamw.
van het onzijdig geslacht, als: achtenswaardig, zingens tijd; tot
walgens toe, op beziens, lot weerziens, tot weder opzeg gens toe.
Men zegt: de nog te drukken bladen, de te leeren lessen, de te
doene werken voor: de bladen, die nog moeten gedrukt worden; de
lessen, die moeten geleerd worden; de werken, die moeten gedaan
worden, — Onzijdige werkwoorden mogen op deze wijze niet .
gebruikt worden. Men zegge dus niet: de te komen gasten, en in
het schrijven vermijde men zelfs de bovenstaande uitdrukkingen
zooveel mogelijk.
Men zegt zoowel: Iets te pletter slaan, als: Iets te pletteren
slaan; zoowel: Iets te morzel slaan, als: Iets te morzelen, slaan;
en zoo ook: Iets te barsten slaan, d. i.: Iets slaan, tot het verplet-
terd, vermorzeld, gebarsten is. Te morzel oi te morzelen, tu te plet-
ter of te pletteren beschouwe men als bijwoordelijke uitdrukkingen,
kletter en morzel zijn daarin m. zelfst. naamw.