Boekgegevens
Titel: Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Auteur: Dale, ... van
Uitgave: Schoonhoven: S.E. van Nooten, 1868
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 192 : 1e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204437
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Nederlands, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Nederlandsche spraakkunst: een beknopt handboekje voor hulponderwijzers en kweekelingen en leerlingen van normaal- en hoogere burgerscholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
6. De woorden worden verdeeld in de volgende tien soor-
ten, die rededeelen heeten: 1. liet zelfstandig naamwoord;
2 liet lidwoord; 3. herbijvoeglijk naamwoord; 4.1iet voornaam-
woord; b. het telwoord; 6. het werkwoord; 7. bet bijwoord;
8. het voorzetsel; 9. het voegwoord; 10. het tusschenwerpsel.
Alleen de woorden van de zes eerste soorten kunnen door
verandering in vorm de betrekking uitdrukken, waarin zg
tot andere woorden staan. Deze verandering in vorm heet
verbuiging, bij de werkwoorden ook vervoeging.
7. De zelfstandige naamwoorden zijn namen van werke-
lijke zelfstandigheden of van hetgeen als eene zelfstandig-
heid voorgesteld wordt. Men verdeelt ze in drie hoofd-
soorten: voorwerpsnamen, stofnamen tn denkbeeldige-zelfstan-
digheidsnatnen.
De voorwerpsnamen eu stofnamen kan men echte, de denkbeeldige-
zelfdaniigheidsnameti kan men onechte zelfst. naamvv. noemen.
8. Voorwerpsnamen zijn namen van afzonderlijke voorwer-
pen, als: mensch, boom, berg enz.
Voortcerpen zijn stoffelijke dingen, die afgeronde, aan alle zijden
begrensde geheelen uitmaken, of ten minste als zoodanig bescliouwd
worden. Voorwerpsnamen kunnen in het meervoud gebezigd wor-
den en het lidwoord van eenheid {een, eene) roor zich nemen.
Tot de voorwerpsnamen rekent men ook de woorden seconde,
minuut, uur, dag, week, maand, jaar, eeuw, tijdvak enz., welke
eene bepaalde, nauwkeurig begrensde tijdruimte beteekenen. Ook
rekent men onder de voorwerpsnamen de namen van denkbeeidige
manu, en vrouw, wezens: engel, duivel,god, afgod, godin, muze <ii
zangnimf, nikker enz.
De voorwerpsnamen worden onderscheiden in: soortnamen ge-
meene namen: namen, welke aan alle voorwerpen van dezelfde
soort gemeen zijn: man, hond, plant, rivier, s/ad, staat, gevest,
maand, jaar, eeuw, engel, afgod enz.
Eigennamen: namen, welke slechts aan één voorwerp van dezelfde