Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
Spieren zijn vezels, die datgene uitmaken, \v-at men ge« oonlijk
vleescli noemt.
I)e uiteinden der spieren zijo peze7i. De pezen hechten zich aan de
beenderen of aan de uitwendige bekleedselen, welke hoornachtig zijn.
Beenderen vindt men bij den mensch, de vogels, de visschen; hoorn-
achtige bekleedselen vindt men bij de insecten.
Om hun ligchaam-te onderhouden en te doen groeijen hebben de
dieren voedsel noodig.
De meeste dieren nemen hun voedsel tot zich door eene bepaalde
opening, mond genoemd.
De voornaamste werktuigen, die bij de voeding in aanmerking komen,
zijn: de slokdarm^ maag en darmen.
Slokdarm is de buis, waardoor het voedsel uit den mond naar de
maag wordt gevoerd.
Maag is de plaats, waar het voedsel eenigen tijd verblijft, om
nader tot voeding geschikt gemaakt te worden.
Da^min zijn vliezige kanalen, die de voedingsstoffec verder door het
ligchaam voeren.
Maagsap is eene zure vloeistof, die door de maag wordt afgeschei-
den, en dient om het verschillend voedsel te ontbinden en tot ée'n meng-
sel te maken.
Chyl is een wit vocht, dat het eigentlijk voedende bevat cn naar
het bloed gevoerd wordt.
Bloed is het vocht, waarvan het geheele ligchaam zijn voedsel ont-
vangt. liet is bij eenige dieren rood, bij anderen niet gekleurd. De
roode kleur ontstaat door kleine, rood gekleurde ligchaamtjes in het
bloed, die bloedbolletjcs heeten; bij dieren met wit bloed zijn de
bloedbolletjes ongekleurd.
De werktnigen, waardoor het bloed dpor het ligchaam gevoerd
wordt, zijn de aderen en het hart.
De aderen worden onderscheiden in slagaderen en aderen.
Slagaderen zijn buizen, die van het hart uitgaan en het voedende
bloed- door het ligchaam rondvoeren.
De aderen voeren het bloed, dat onzuiver is geworden en zijn voe-
dend vermogen verloren heeft, terug.
Dil bloed wordt in zijn terugkeer tot het hart in de longen door