Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
24
De bloemkroon is de krans, die op de kelk volgt en aan de bloem
hare kleur geeft.
Kelk en bloemkroon worden ook hloembekleedsels genoemd.
De meeldraden maken , van buiten af gerekend, den derden krans uit.
Aan de meeldraden onderscheidt men het onderste gedeelte of
de helmdraad en het bovenste of het helmknopje.
Het helmknopje bevat stuifmeel, dat tot vruchtbaarmaking van het
zaad noodig is.
De stamper maakt het binnenste der bloem uit.
Aan den stamper zijn doorgaans drie deelen: de stempel, de sl^l
en het vruchtbeginsel.
De stempel is het bovenste deel van den stamper en ontvangt
het stuifmeel.
De stijl dient om den stempel aan het vruchtbeginsel vast te
hechten.
Het vruchtbeginsel is het onderste gedeelte van den stamper, en
bevat het eerste beginsel van het zaad.
De voornaamste deelen van de bloem zijn de stamper en de
meeldraden.
Sommige bloemen missen één of meer kransen en worden daarom
onvolledige genoemd.
De steel, waarmede de bloem aan de plant verbonden is, heet
bloemsteel. Het bovenste deel van de bloemsteel heet vruchtbodem.
trucht.
De vrucht is het vruchtbeginsel in zijne grootste volkomenheid.
Aan de vrucht onderscheidt men het vruchtbekleedsel en het zaad.
Ten aanzien van het vruchtbekleedsel worden de vruchten ver-
deeld in enkelvoudige en zamengestelde.
Enkelvoudige vruchten zijn ontstaan uit een enkel vruchtblad.
Tot de enkelvoudige vruchten behooren voornamelijk: de graan-
vrucht, de dopvrucht, de enkelvoudige steenvrucht, de peulvrucht.
De graanvruchten zijn droog, springen niet open en bevatten een
zaadkorrel, die ten naauwste met het omkleedsel verbonden is.
Tot de graanvruchten behooren: Tarwe, Rogge, Haver, Gerst
Rijst, Gierst, Spelt, Turksche Tarwe of Maïs.