Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
20
II. HET PLANTENRIJK.
Tot het planteurijk behooren alle voorwerpen der natuur, die
wassen en zich rermenigvuldigen, maar geen wezentlijk gevoel of
willekeurige beweging hebben.
Door wassen of groeijen der planten verstaat men, dat zij het
vermogen hebben om in omvang en gewigt toe te nemen.
Door vei menigvuldigen verstaat men het vermogen der planten
om andere gelijksoortige planten voort te brengen.
Om te groeijen hebben de planten voedsel noodig.
Het voedsel der plant ontvangt zij uit den grond, uit het water
en uit de lucht. ^
De plant krijgt uit den grond ammoniak, potaseh, kalk en andere
dergelijke onbewerktuigde stoffen, welke eerst door het water moeten
opgelost worden.
De plant krijgt uit het water zuurstof en waterstof.
Het meeste water wordt door de bladen weer uitgedampt.
De plant krijgt uit de lucht koolzuur.
De werktuigen, waardoor de plant voedsel ontvangt, zijn: ^^ wor-
tel, de stengel, de bladen.
De werktuigen, waardoor de plant zich vermenigvuldigt, zijn:
bloemen cn vrvchten.
a. fTERKTVlGEN TOT VOEDING VAN
DE PLANT.
wortel.
Wortel is dat gedeelte van de plaut, hetwelk gewoonlijk omlaag
schiet, en waarmede .de plant in den grond gevestigd is om daaruit
haar voedsel te trekken.
Bij de wortels onderscheidt men den hoofdwortel, de wortelvezels
en de wortelharen.
De hoofdwortel is de eigentlijke wortel.
Wortelvezels en wortelharen zijn dunne uitspruitsels aan den wor-
tel, welke inzonderheid dienen, om het voedsel uit den grond op
te nemeo.