Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
10
aau den uiteinden der vleugels geplaatst zijn, heeten slagpennen: de
groote pennen aan den staart heeten stuurpennen»
Elke veder bestaat uit de spoel, de schaft en de vlag.
De spoel is eene holle buis, waarmede de veder in de huid bevestigd is.
De schaft is dat gedeelte van den veder, hetwelk van de spoel tot
het einde midden door loopt.
De vlag zijn de dunne aaneecgehechte draadjes, die van de
schaft af ter wederzijde uitloopen.
De hek of snavel wordt gevormd door hoornachtige platen, die kort
of lang, gebogen of spits zijn, naar de behoefte van iedere soort.
Vogels hebben geene tanden.
De pooten der vogels hebben gewoonlijk vier teenen en zijn inge-
rigt naar hunne verschillende levenswijze.
De beenderen der vogels zijn veelal hol en met lucht gevuld.
De vogels worden verdeeld in zes Orden, als:
Zwemvogels, Steltloopers, Hoenderachtige, KVmvogels, Zangvo'
gels en Roofvogels.
Zwemvogels zijn vogels, die hun verblijf in het water hebben. Zij
ïijn van dikke, olieachtige vederen voorzien cn hebben korte, gewoon-
lijk naar achteren geplaatste pooten met vier teenen, waarvan drie naar
voren en één naar achteren gerigt zijn. Tusschen de drie voorste teenen
zijn vliezen, zwemvliezen genoemd. Zij voeden zich met planten, zaden,
insecten of ook soms met kleine visschen.
Tot de zwemvogels behooren: de Eend, de Gans, de Pelikaan,
de Meeuw, de Albatros.
Steltloopers of moerasvogels leven in moerassige landen. Zij heb-
ben hoogc pooten, een* langen hals en doorgaans een' spitsen snavel.
Hun voedsel bestaat uit insecteu, sprinkhanen, kikvorschen, enz.
Tot de steltloopers behooren; dc Meerkoet, de Kemphaan, Snip,
Ooijevaar, Reiger, Kiewit, Struisvogel, Kasuwaris.
Hoenderachtige, vogels hebben korte bekken, en dikke, sterke
pooten. Zij leven bij voorkeur op den grond en voeden zich met
plantenzaden, die eerst in eene voormaag of krop geweekt worden.
De meeste onzer huisvogels zijn hoenderachtige.
Tot de hoenderachtige vogels behooren: de Duif, de Patrijs, de
Faizant, het gewone Hoen, de Paauw, de Kalkoen.