Boekgegevens
Titel: De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Auteur: Degenhardt, W.
Uitgave: Amsterdam: W.H. Zeelt, 1863
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 1547 : 3e dr.
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204410
Onderwerp: Biologie: natuurlijke historie
Trefwoord: Natuurlijke historie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De rijken der natuur: handboekje voor de lagere scholen
Vorige scan Volgende scanScanned page
1. De Edtvotten'. Kameel, Dromraedaris, Lama.
2. De Herten-. Damhert, Kee, Maskusdier, Rendier.
3. Ilolhoornige: de Runderen, de Geit, het Schaap, de Gems, de
Steenbok.
Van de tweehoevige zoogdieren Irekt de mensch het meeste nut.
Zij geven hun vleesch, hunne melk, hunne huid, hunne haren, ho-
rens, beenderen, pezen. Velen van hen Worden tot verschillende
diensten gebezigd.
Veelhoevige of dikhuidige zoogdieren hebben eene dikke huid, eea'
korten hals en dikwijls groote tanden in de bovenkaak, slayUin-
den genoemd. Zij hebben drie, vier of vijf teenen en daaraan afzon-
derlijke hoeven, waarom zij veelhoevige genoemd ^yorden.
Tot de veelhoevige zoogdieren bchooren: het Zwijn, de Olifant,
de Rhinoceros, het Nijlpaard, de Klipda?,
Van de veelhoevige zoogdieren levert het Zwijn zijn vleesch, de
Olifant het ivoor. Ook wordt de laatste als lastdier gebruikt.
Vi&chachlige zoogdieren gelijken in huu uitwendigen vorm geheel op
visschen; zij hebben slechts de twee voorste ledematen, van welke de
vingers ineengegroeid zijn tot vinnen. Zij leven allen in zee en de meesteu
bereiken eene grootte vau meerderen omvang dan van eenig landdier.
Tot de vischachtige zoogdieren behooreo; de Bruinvisch, de Dolfij-
nen, Walvisschen, Potvisschen.
Van de vischachtige zoogdieren verkrijgt men inzonderheid de traan,
klasse üer vogels.
Vogels zijn gewervelde dieren, die warm bloed hebben, door longen
ademen, eijeren leggen en met vederen gedekt zijn.
De vogels kunnen alleen met de achterste ledematen loopcii,
staan of zwemmen; de voorste ledematen zijn vleugels.
Bij de vogels komen vooral in aanmerking de vederen, de hek en.
de pooien.
De vederen worden onderscheiden in donsvederen en pennen.
Donsvederen zijn kleine veórtjes, die tusschen de grootere inge-
plaatat, en het meest op den buik en de borst gevonden worden.
Pennen zijn de grootere en sterke vederen; die pennen, welke