Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
7G
kleinste microscopische diertjes niet zoo gemakkelijk nieuws
te ontdekken schijnt te zijn als een poos geleden, is men
weer met het waarnemen van grootere dieren en ook van
onze inheernsche hydra begonnen. Nu is onlangs aan een
Japansch natuuronderzoeker gebleken, dat die polyp, als een
gevangen prooi wat te groot voor zijn mondopening is, zich
zelf een eindje binnenste buiten keert en den zoo omgesla-
gen zoom van zijn lichaam dan over de daphnia of het
kevertje heenslaat. Dit terugslaan gaat zoo snel in zijn
werk, dat de oude onderzoekers van de ongelooflijke om-
keeringsproef zich wel eens vergist kunnen hebben, doordat
het diertje, nadat het binnenste buiten was getrokken, blik-
semsnel zijn normale stand kan hernomen hebben.
Ook is thans opgehelderd, hoe het mogelijk is, dat de
polyp zoo geheimzinnig een daphnia kan verlammen als
zijn tentakels het dier nauwelijks hebben aangeraakt. Won-
derlijke organen zijn met behulp van het microscoop in die
tentakels ontdekt. Op verschillende plaatsen bevinden zich
daarin holten, waarin een spits pijltje is geborgen, dat met
een lange opgerolde draad in die holten van den voelarm
vast zit, een echte harpoen. Bij de geringste aanraking
schiet de polyp zoo'n harpoen af; als hij kan, verscheidene
tegelijk: de spitste punten dringen in het lichaam van de
prooi en, blijven ze haken, dan kan de polj^i de kabel in-
palmen en zijn prooi naar zich toe halen.
Maar of dit nog niet wonders genoeg was, heeft het
merkwaardige dier nog een tweede soort jachtwapenen in
gebruik. Kleine holten in de tentakels bevatten een me-
nigte losse werpspiesen, uiterst fijne naaldjes; die gebruikt
de hydra in massa tegelijk; een natuurkundige heeft een
gevangen daphnia onderzocht, die op het punt stond in de
mond van de polyp getrokken te worden, en hij zag het
diertje van alle zijden, als een egel met pennen, bespikkeld