Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
school, waar ik later kwam, hadden we ook jaren achtereen
stekelnestjes. Het schijnt, dat de tien-stèkehge soort er
lichter toe te brengen is dan de gewone.
Het mannetje jaagt onophoudelijk het wijfje na, drijft
het in een hoek, bijt het er weer uit, tot het hem gelukt,
het wijfje dwars door het open nestje te drijven; maar de
opening is wat nauw, het wijfje kan er amper door heen,
het blijft met haar stekels in de draden zitten en — legt
haar eieren in het nestje neei'.
Maar nu moet het er weer uit, liet krijgt een paar hap-
pen in den staart, weg is het; ook niet in de buurt blijven,
neen, een heel eind uit de voeten; eierendiefje als het is,
zou het haar eigen eieren niet sparen, maar het waakzame
mannetje is op zi.in hoede, — hij kent zijn volkje.
Een paar malen schuift hij zelf door het tonnetje heen;
tiaarbij laat hij wat homvocht (ge kent den hom van de
haring wel) uit zijn lichaam op de kuit vallen; de eieren
worden daardoor bevrucht, zooals men zegt; zonder dat
homvocht zouden er geen jonge vischjes uitkomen; net zoo
min als er weer jonge planten uit zaden kunnen komen,
indien er geen stuifmeel op den stempel van den bloam is ge-
raakt; daarin waren die zaden, net als witte eitjes, aanwezig.
Als hot mannetje zich uit het nestje gewerkt heeft, maakt
hy de beide openingen wat nauwer en blijft in den omtrek
kruisen; ieder die in de buurt komt, wordt met opgezette
stekels verdreven.
Na oen week, soms eerder, dat hangt van de temperatuur
van het water af, komen de jonge vischjes uit; al zien ze er
eerst wat vreemd uit door den dikken kop en een soort van
zak, die aan de keel hangt, het zijn toch al vischjes; met een
gedaanteverwissehng hebben we hier niet te doen, dat is
duidelijk. (Zie de teekening: blaaskruid in de 2de afdeeling.)
Als de vischjes ongeveer een centimeter groot zijn, maakt