Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
gerust het nestje verplaatsen, of in de hand nemen met den
kever er bij, om beter waar te nemen. Het diertje laat zich
niet meer storen en gaat zelfs op uw hand, buiten het
water verder met het eieren leggen of met liet dekseltje
maken.
Leg het maar weer in het water; zie eens hoe het dier
om het nestje heendraait, hier en daar nog wat bijflikt,
verschikt of aanvult, — en teeken den datum van het eieren
leggen aan. Tien dagen later moet ge van tijd tot tijd naar
het nestje kijken; dan beginnen soms de larven al televen
in het nest. Het kan geen kwaad, ten minste als ge meer
dan één nestje hebt, eens voorzichtig een stuk uit het dek
van het scheepje te steken of te knippen; dan kunt ge de
verandering en de kleurwisseling, die er binnen in plaats
grijpt, ook zien.
Binnen 14 dagen zijn alle larfjes uitgekomen; zoetenden
eersten dag spinsel en eierhulsels, maar den volgenden dag
reeds begint hun moordtocht door het water in uw kommen;
dan is er geen slakje, geen wurmpje meer veilig voor hun
kaken; ze wassen verbazend snel en worden larven, zoo
leelijk, zoo griezelig, dat ik, en velen met mij, ze niet zonder
een kleine rilling van afkeer kunnen aanpakken, en we zijn
anders niet zoo vies of angstvallig op het stuk van insecten
aangrijpen.
De larve van de gerande is een monster, maar — 't is hem
aan te zien; die van de spinnende waterkever is een dikke
weeke, zwarte, sterk gerimpelde worm, die zich dood houdt,
als ge hem opvischt, en die dubbelgevouwen als een slappe
vellerige darm voor u ligt; ge wilt het vieze ding met den
vinger op zij gooien, maar op eens hoort ge een vrij sterk,
gillend geluid en, plotseling zich opblazend en zich krom-
mend, slaat het verraderlijk schepsel zijn kaken in uw vel;
als ge hem eenmaal kent, zult ge op uw hoede zijn en hem