Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
48
Ik heb meer dan eens gelezen, dat natnnronderzoekers
hebben opgemerkt, hoe het mannetje hierbij liet wijfje
ondersteunt; hij houdt het nestje in den goeden stand, zoo-
dat het wijfje alleen maar heeft te weven; gezien heb ik
het nooit, wel zag ik eens het mannetje voortdurend om
het nestbouwende wijfje heen zwemmen, misschien wel om
de wacht te houden; een enkele keer zag ik hem op het
nestje zitten, terwijl het wijfje liezig was; ik heb toen
iemand, die het weten kon, gevraagd, Avat dat beteekende
en kreeg ten antwoord; „dat dient om het lichte nestje
onder te houden tot het klaar is."
De bovenhelft van het nest heeft de tor met licht weefsel
gevuld, — onder in liggen de eieren, zoo is er al niet veel
kans van omslaan, als het straks zal gaan drijven. Water-
proof is het ook, en lucht en voedsel is er in voor de
jonge larfjes.
Toch heeft de tor haar taak nog niet naar haar zin vol-
bracht. Bij hevigen wiml zou het huikje toch nog kunnen
vergaan; zij zal er een mastje opzetten; slaat het scheepje
dan soms op zijde, dan zal het kleverig mastje het watei'
i'aken, daarop steunen, om zich later weer op te richten als
de vlaag voorbij is. (Zie fig. blz. 9.)
Dat mastje spint ze in opgerichte houding, met den kop
naar beneden, de draden legt ze in de lengte tegen elkaar,
elke volgende een eindje langer dan de vorige, zoo kan het
mastje een paar centimeter lang worden. Ook hierbij hebben
sommigen het mannetje zien helpen; wanneer het mastje
zoo hoog is geworden, dat het achterlijf van het wijfje er
niet meer bij kan, drukt het mannetje door zijn gewicht
het nestje onder.
Als ge zoo iets bijzonders merkt, noteer het dan, lang
niet alle pikzwarten bouwen op dezelfde wijze.
Is het wijfje eens begonnen eieren te leggen, dan kunt ge