Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
p
40
Hebt ge in uw bak met gerande -watertorren plaats
gevonden voor een paar waterplanten met een vrij dikken
stengel, dan kunt ge het misschien treffen, dat een van de
gevangen kevers u nog wat anders te zien geeft.
Let goed op de bewegingen der wijfjes; ziet ge ze van
tijd tot tijd een stengel met de voorpooten stijf omklemmen,
de zwempooten schuin omhoog strekken en het achterlijf
heftig krommen of schielijk bewegen, dan zijn ze van plan
eieren te gaan leggen. Als de gevangenis maar niet al te
ongeriefelijk is, of niet geheel ontbloot van waterplanten,
dan nemen ze het weinige, dat er is, voorhef en beginnen
de taak, die het voortbestaan van de soort verzekert.
De punt van het achterlijf wordt sterk verlengd; twee
puntige mesjes komen te voorschijn, en daar tusschen een
kleine legboor, waarmee een gleufje of gaatje uit een sten-
gel wordt gestoken; in, of bij elk gaatje, dat is moeilijk te
onderscheiden, wordt een eitje bevestigd. Niet veel, een
dertig hoogstens, althans in gevangenschap. Die eitjes zijn
soms wit, soms oranje, soms rood van kleur, langwerpig en
betrekkelijk groot: 2 ïi 3 millimeter.
Is dit afgeloopen, heeft het keverwijfje haar voornaamste
taak volbracht, dan leeft zij niet lang meer. Verdere zorg
^•oor de eieren ih'aagt ze niet, bescherming schijnt overbodig
en uitbroeden kan zij ze natuurlijk niet; kevers hebben im-
mers geen warm bloed, zooals de vogels. Alleen past ze op,
dat de eieren niet te diep in het water komen, opdat ze
voldoende zonnewarmte kunnen krijgen.
Binnen 14 dagen wemelt het nu in het water van kleine
doorschijnende larfjes; de vorm is niet duidelijk te onder-
scheiden, maar verzoj-gt ge ze goed met fijne stukjes eiwit
of vleesch vezels, dan groeien ze verbazend snel. In een dag
of vijf zijn ze een centimeter lang; ze krijgen dan een nieuwe
huid, weer een dag of wat later zijn ze al twee maal