Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
39
Nog voor de nood aan den kever komt door droogte of
schaarschte van voedsel, klimt hij tegen een waterplant of
tegen den slootkant op, waarbij hem de doornige uitsteek-
sels aan de schenen van nut zijn; daar pompt hij zich ter-
dege vol lucht, de holle aderen in de vleugels ook; de
schemering breekt aan, hij spant de vleugels uit, en zoekt
een goed heenkomen. Brommend, snorrend, zoo luid als een
meikever, zeilt hij met den wind achter de dekschilden
voort, tot hij een waterplas, die woning en spijs belooft,
in het oog of in den neus krijgt; die neus zit in de sprieten.
Zoo komt het, dat wij onzen kever vaak aantreffen in
kleine en zeer ondiepe waterplassen, in open regenbak-
ken of watertonnen, in dorpsgoten soms. In den drogen
zomer van '92 schrikten de wandelaars in de ütrechtsche
straat te Amsterdam op een warmen avond, herhaaldelijk
op en sloegen een snoi'renden waterkever van zich af.
Ook de menschen dwingen hem vaak, zich van zijn vleu-
gels te Ijeilienen. Toen een paar jaar geleden de breede sloot
achter de Leeuwenhoekstraat bij het Kijnspoorstation ge-
dempt werd, wemelde het 's avonds in den omtrek van
't Amstelhótel van allerlei waterkevers. Ze vlogen tegen den
ballon van het electrisch licht en vielen op den grond.
De jongens uit mijn klasse brachten er 's morgens ver-
scheidene levend mee, zoowel verschillende soorten van
gerande, als de groote en de kleine pikzwarte.
Nu weet ge meteen, dat ge uw aquarium tegen den avond
dekken moet, als ge op zoo'n verhuizing van uw gevangenen
niet gesteld zijt.
Een tuinman vertelde mij lang geleden, dat hij 's morgens
vaak groote waterkevers op de glazen van zijn broeikassen
vond, die daar op hun rug lagen te spartelen. WeUicht
hebben die kevers de glazen, glinsterend door de ondergaande
of opkomende zon, voor een waterplas-aangezien.