Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
zien dan griezelige beesten; ge moet nu wel een beetje res-
pect gekregen hebben voor zulke merkwaardig ingerichte
diertjes, en daarmede eerbied voor hun Schepper, die hen
zoo heeft gevormd of hen zoo kon doen worden, want de
diertjes hebben zich toch zelf niet zoo gemaakt of vervormd.
Om de natuur te kunnen bewonderen en eerbiedigen be-
hoeven we niet eens te ontleden of microscopisch te onder-
zoeken. Keeds een weinig meer dan oppervlakkig beschou-
wen toont ons overal om ons heen, die wonderlijke over-
eenstemming tusschen inrichting, tusschen de kleuren en
vormen en de levenswijze.
Als we de inrichting en de beteekenis van zoo'n paar
sprieten of dekschilden voor de ademhaling ons zelf duide-
lijk gemaakt hebben, zijn we tevreden er mee, en is het
ons wonders genoeg, — toch kunt ge er zeker van zijn, dat
ge nog maar een tipje van den sluier heb opgehcht, die voor
de meeste menschen die wonderlijke inrichting bedekt.
Onder die dekschilden hebt ge ongetwijfeld bij uw onder-
zoek een paar gevouwen en naar binnen gedeeltelijk omge-
slagen, bruine vliezige voorwerpen gevonden —de vleugels.
Vleugels? vraagt ge nu, waartoe dienen dan wel vleu-
gels voor een dier, dat zijn geheele leven in het water
doorbrengt? Kom, alweer een mooie gelegenheid om op het
eeuwig verband tusschen levensw^ze en inrichting te wij-
zen. Waar hebt ge uw kever gevangen? In een stilstaand
water, een sloot, aan twee kanten door een dam of een
overweg afgesloten. Maar waar moet nu de kever blijven
en zijn voedsel vinden, als de zomer eens weinig regen
brengt en veel warmte? Als de sloot uitdroogt? Zonder die
vleugels, zijn laatste toevlucht in dat geval, moest hij ellen-
dig omkomen. En waar konden die onmisbare redmiddelen
heter, veiliger voor beschadigen of nat worden, geborgen
worden, dan in de waterdichte luchtkamer onder de schilden?