Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
nf)
«licht tegen elkaar, zoodat de naad er tusschen slechts een
fijne streep schijnt.
Hoe vreemd het u mag toeschijnen, toch is het waar,
dat onze waterkever, zonder die merkwaardige inrichting
in zijn eigen element zou verdrinken.
Licht ge die dekschilden op, dan bespeurt ge dicht bij
den zijrand van het lichaam aan weerszijden fijne langwer-
pige openingen, dat zijn de ademshalingsopeningen, — zijn
neusgaten om zoo te zeggen. Door die spleten treedt de
ademhalingslucht binnen, die verder door vertakte buizen
gaande, het geheele lichaam voorziet.
Wil nu de kever lucht halen, dan brengt hij zijn achter-
lijf aan de oppervlakte, hij licht de dekschilden eventjes op
en sluit ze onmiddellijk weer; drukt hij die schilden bij het
dalen, op de veerkrachtige haren sterk aan, dan kan hij door
de opening zooveel laten ontsnappen, als hij kwijt wil zijn:
de overblijvende luchtbel aan zijn achterlijf staat dus in
verband met de lucht boven de ademhalingsopeningen. Door
deze inrichting blijft onze tor bewaard voor verstikken en
verdrinken, en tevens heeft hij daarin een middel om bij
gevaar snel den veiligen bodem te bereiken, waar hij tus-
schen ile donkere waterplanten, door zijn eigen donkere
kleur, voor zijn vijanden: snoek en baars, reiger en ooievaar
moeielijk te onderscheiden is.
Maar die pikzwarte dan? Die komt lang niet zoo dikwijls
boven en nooit met zijn achterlijf, wel met zijn kop. Haalt
die dan adem, zooals wij menschen? Neen, zoover ik weet
is er geen enkel insect, dat door den mond adem haalt.
Zij gebruiken hun bek uitsluitend om voedsel op te nemen.
Maar hoe dan ? Wel, nauwkeurig waarnemen, dat is het eenige
middel om er achter te komen, of ten minste om op den weg
naar de waarheid te komen. Blijft er dan nog wat op te