Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
Wordt het u te ingewikkeld, sla dan deze twee bladzijden
over; denkt ge er evenwel over, mettertijd eens een keverver-
zameling aan te. leggen, getroost u dan liever wat inspanning;
want heel dikAvijls dienen
bijzonderheden van de mond-
werktuigen van een kever
bij het bepalen van de soort.
N Evenals alle goede dingen
bestaan die mondwerktuigen
in drieën. Op de teekening
is voor de duidelijkheid de
kop van een loopkever, wiens
kaken ver vooruitspringen,
voorgesteld, en wel van de
onderzijde gezien. Aan elk
der deelen is hier een eigen
tint gegeven; den achter-
grond vormen de beide sik-
kelvormige bovenkakelt — die zijn wit gestippeld; aan 't boven-
eind van die kaken, ziet ge binnenwaarts scherpe tanden of
haken. Daarover liggen de beide onderkaken: alles wat op
de teekening donker blauwachtig getint is, behoort tot die
onderkaken. De derde afdee-
ling, (roodachtig gekleurd) loopt
ten deele dwars daarover heen,
dat is de onderlip.
De (gestippelde) bovenkaken
zijn niet verder geleed; ze be-
wegen, net als de beide bladen
van een schaar, naar elkaar toe, en dienen tot het grijpen,
dooden en vasthouden van de prooi.
De onderkaken (blauw getint) echter zijn zooveel te meer
samengesteld. Elke helft van zoo'n monddeel bestaat uit een
Monddeeleii van een kever.
Een onderkaak.
Een onderkaak.