Boekgegevens
Titel: In sloot en plas
Auteur: Heimans, E.; Thijsse, Jac.P.
Uitgave: Amsterdam: Versluys, 1895
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NOK 09-251
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204398
Onderwerp: Biologie: zoögeografie, zoö-ecologie, Biologie: plantengeografie, plantenecologie
Trefwoord: Waterplanten, Waterdieren
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   In sloot en plas
Vorige scan Volgende scanScanned page
29
exemplaar zijn die schijfjes gernakkelijlv nader te onderzoeken,
en dan blijkt het, dat zoo'n instrumentje nog weer samen-
gesteld is, en uit een aantal kleine en één groote zuignap
bestaat.
Houdt ge uw kever een klein stukje vleesch voor, terwijl
hij doodstil aan de oppervlakte van het water drijft, dan
merkt ge op, dat het gezicht van het dier niet bijzonder
scherp schijnt te zijn; hij verroert zich niet, zoolang gij het
niet beweegt; maar raak nu even met uw stukje vleesch
aan een van zijn loeide sprieten — die lange draden voor
aan den kop — en dadelijk slaat hij de klauwtjes van één
van de voorpooten in het vleesch; hij buigt plotseling den
voet zoo, dat het stukje tegen de zuigschijfjes gedrukt wordt,
en roeit er snel mee naar den bodem, om het daar op zijn
gemak op te peuzelen.
Probeer nu hetzelfde met een stukje brood of een stukje
vrucht, de kever taalt er niet naar; maakt ge het hem te
lastig, dan duikt hij, zonder acht te slaan op de kruimeltjes,
die ge hem nawerpt. Hij woelt het zand van den bodem
uwer tlesch om; gelukt het hem daar een wormpje te pakken,
dan ziet ge hem in al zijn vraatzucht; daarbij houdt hij
de kop wat meer opgericht, dan wanneer het dier in rust
is, en daardoor worden de kaken duidelijk zichtbaar; die
werken van rechts en links naar elkander toe, niet van
boven naar onder zooals bij de grootere dieren.
Dat zijn gebit uitstekend ingericht is, bemerkt ge, als ge
eens oplet hoe vlug hij een dood stekeltje verorbert. Die
inrichting is echter bij onze kevers samengestelder dan opper-
vlakkig schijnt. Een beschrijving er van zal het u — vrees
ik — niet duidelijk kunnen maken, maar misschien gaat het
wel, als ge bijgaande teekening, die zeer vergroot is, er bij
neemt en tegelijk de aangewezen deelen bij een dooden kever
opzoekt. Een goede loupe is daarbij niet overboilig.